Tuesday, 4 August 2015

2 augustus, 's ochtends: Het barre binnenland


Gangi: Stadje als een uit de kluiten gewassen molshoop
Vandaag het begin van een tweedaagde tocht naar een andere kant van het eiland: Cefalù, middenaan de noordkust, dat strijdt met Taormina om de titel "meest toeristische bestemming van Sicilië". Dit keer alle snel- en tolwegen vermijdend: we nemen de SS (Strada Statale) 120 en 286, via Fiumifreddi en Castelbuono, met daar tussenin zoveel mogelijk bezienswaardige dorpjes en steden. Af te leggen afstand 198 km (121 zoals de Nazgûl vliegt), kale reistijd 4 uur en 50 minuten; dat zal ons leren.

Markt!
Van de beslissing om uit de buurt van snelwegen te blijven kregen we al  spijt, aangezien tot Fiumifreddo de weg langs de kust liep; onze ervaring gisteren had ons kunnen leren dat die rond een uur of 10 zeer druk bezet is door strandgangers (badgasten, in Terschellingse termen). Soms moet je je meer den één keer stoten om een les goed te leren. Daarna ging het gelukkig landinwaarts, en werd het allengs rustiger, en daarna heel rustig.

Met die rust was het gedaan in onze eerste halte, het plaatsje Randazzo. Hier bleek een zeer grote levendige markt aan de gang te zijn. Onze Noordeuropese intuïtie volgend dat een marktplein hetzelfde is als een kerkplein, en in de wetenschap dat Randazzo ons drie kerken te bieden had, van repectievelijk de Latijnse, Griekse en Lombardijse bevolkingsgroepen, zetten we de auto vlak daarbij neer en gingen op ontdekkingstocht.

Oregano voordat het in een potje zit
De markt bood vooral heel veel kledingrekken, maar op het punt van monumentale kerken waren we niet warm (behalve dan in zoverre dat we hiet altijd warm zijn). Even vergeten dat commercie en religie hier minder, of anders, vermengd zijn dan bie oos. Maar zo groot was Randazzo niet dan dat we op loopafstand in ieder geval de Santa Maria (Latijns, 15e-eeuws) en San Nicola (Grieks, 14e-euws) aantroffen. Opgetrokken door het hier rijkelijk voorhanden bouwmateriaal van lavasteen, en dus zwart. Verder onderscheid laten we aan de experts over. In beide kerken was een dienst gaande.

De zwarte Sante Maria (Latijns)
Bij de auto teruggekomen bleek dat we een foutje gemaakt hadden. Die ronde blauwe borden met rode rand en rood kruis betekenen ook hier "verboden te stoppen". Dat er van de kant waar wij vandaan kwamen niet zo'n bord stond is in zo'n geval geen excuus, en ook niet dat we voor een aantal andere auto's waren gaan staan die dus net zo fout geparkeerd waren. Het briefje onder de ruitenwisser was geel, en vermeldde een boete van 28,50. Daar hoeven we weliswaar niet van wakker te liggen; een grotere vraag is hoe we hier eigenlijk aan moeten voldoen? De natuurlijke neiging van elke rechtgeaarde toerist is om dit soort dingen te verscheuren, maar aangezien het kenteken van onze huurauto luid en duidelijk vermeld stond, was dat in dit geval geen redelijke optie. Voor nu maar even dit probleem terzijde geschoven (geparkeerd, inderdaad) en gemaakt dat we dit ongastvrije dorpje met zijn vervelende markt en lelijke kerken snel uit waren.

We lieten nu Etna definitief achter ons en kwamen in een ander type landschap, met heuvels van Toscaanse proporties. In een ander jaargetijde, pak 'm beet het voorjaar, zal het een totaal andere indruk geven dan nu, en zou het woord "lieflijk" misschien van toepassing zijn. Nu waren het geel- en bruintinten die overheersten, zover het oog strekte; alleen de (uitgedroogde) rivierbeddingen waren gemarkeerd door een lint groene bosschage. Had wel zijn eigen charme, alsof je in een impressionistisch schilderij rijdt. Van bebouwing of verder verkeer geen sprake, maar de weg kronkelde en slingerde er doorheen dat het een lieve lust had.

Als wegenbouw mijn specialisme zou zijn, zou ik uit de rit van vandaag gemakkelijk een college kunnen vullen over Hoe Het Niet Moet. Achter elke bocht lag weer een nieuwe verrassing op ons te wachten: zou het een eenvoudige kuil zijn, een complexere verzakking, een gat of misschien een aardverschuiving? Het complete verkeersbordenarsenaal kwam eraan te pas om de verschillende defecten weer te geven, zonder overigens enige zichtbare correlatie met de toestand van de weg of de ernst van het gebrek. De pas gerepareerde stukken weg waren nog het ergste, omdat die meestal de grootste problemen verbloemden, als een verse zwarte pleister op een botbreuk. Een vriendelijke uitleg is dat de langs de hele route aangeraden sneeuwkettingen (sic) debet zijn aan de toestand van de weg; een minder vriendelijke dat het geld bedoeld voor een deugdelijke ondergrond een andere bestemming heeft gevonden.

Een gewaarschuwd man...
Zo vermaakten we ons tot het eerstvolgende plaatsje, Troina. In ons reisgidsje, dat helaas meer informatie geeft over water-, vooeder- en slaapplaatsen dan over bezienswaardigheden en achtergronden, stond dit net zomin vermeld als Randazzo, maar het alwetende internet vertelde ons dat dit strijdtoneel is geweest in de tweede wereldoorlog. Nu eens twintigste-eeuwse geschiedenis! De grootste slag op Sicilië heeft in Troina plaatsgevonden, in 1943. Naief dacht ik nog dat dit zou betekenen dat we het plaatsje in een vallei moesten zoeken, maar dat was gebaseerd op mijn idee van een middeleeuwse veldslag: vuurkracht, reikwijdte en de helling die een tank oprijdt zonder met z'n ogen te knipperen maken juist toppunten favoriet.

Troina, 72 jaar na dato
Ons citroentje trekt dergelijke hellingen niet, dus plantten we hem halverwege. Op een plek die we tot 17:00 mochten bezetten, want daarna moest er plaats gemaakt worden voor een herdenking van precies die verldslag, die kennelijk op de kop af 72 jaar geleden was. Nou, tegen die tijd hebben wij ons allang teruggetrokken. Vijftig meter hoger troffen we een expositie van oorlogsfotograaf Robert Capa aan (het alwetende internet kwam weer te hulp); de geëxposeerde foto's lieten dezelfde kerk en hetzelfde magnifieke uitzicht zien dat wij even later ook zagen en genoten, maar dan in zwart-wit, met soldaten in de voorgrond en gaten in de gebouwen. Enkele Italiaanse soldaten werden krijgsgevangen genomen, maar ze leken er niet erg onder gebukt te gaan. Wanneer gaf Italië er eigenlijk de brui aan? (Alwetend internet: 17 augustus 1943 - twee weken na de Slag bij Troina.) Op kerk, plein (met opgebouwd podium) en expositie na, waar tenminste een handjevol toeristen te vinden waren, leek heel Troina overigens uitgestorven. Waar is iedereen?

Geen luchtspiegeling
Verder maar weer. Een water- en voederplaats zou nu niet gek zijn. Een aantal gele heuvels verderop Nicosia (de Siciliaanse naamgenoot van de hoofdstad van Cyprus): te levenloos om een poging te doen. Heuveltje op, heuveltje af. Verderop een flinke struikbrand (veldbrand? heidebrand?), waar de weg ons gelukkig bij nader inzien verre van hield. Daarna Gangi: een vrijstaande heuvel waar de weg zich als een kurkentrekker langs omhoog wond. Op het strand bouwde ik vroeger ballenbanen, zandhopen van een meter hoog en meer met sleuven waarin precies een plastic jeu-des-boules-bal naar beneden kon rollen. Wij waren de jeu-des-boules-bal en rolden naar boven. Helemaal bovenaan stapten we uit bij Gangi's adembenemende kerk en uitzicht, ondergingen de gebruikelijke temperatuurschok en liepen door de volkomen lege steegjes over de lengteas van de heuvel, op zoek naar een plek waar de inwendige mens aan zijn trekken zou kunnen komen. En ja: als een soort fata morgana diende zich een terrasje aan. Toen we dichterbij kwamen was het er nog steeds; en niet alleen dat, men serveerde er zelfs eten. Ook zonder menukaart en zonder woord Engels slaagden we erin een lasagna te bemachtigen. Pas bij de koffie ging het verkeerd: Elise's standaard "cafe americano con latte separate" werd hoegenaamd niet begrepen en resulteerde in een grote beker melk met paar zakjes oploskoffie.
Cafe americano con latte separate

Saturday, 1 August 2015

1 augustus: Il Padrino

Pittoreskst
Toch wel nieuwsgierig geworden door het weinige dat we gisteren van Savoca hadden kunnen zien besloten we het vandaag bij daglicht nog een keer te proberen. Niet alleen dat, maar onderweg waren we nog een ander, schilderachtig op een klif gelegen dorpje gepasseerd, Forza d'Agrò, dat ook wel een bezoekje waard leek.

Margherita o Francesco?
Aldus hadden we een niet te veeleisend dagprogramma. De weg was inmiddels bekend, alle aardverschuivingen in wijde omgeving gelokaliseerd. Forza bood nog de nodige nieuwe haarspelden, maar daar draaien we weliswaar het stuurwiel maar inmiddels de hand niet meer voor om. Boven troffen we een dorpje aan dat in pittoreskiteit zijn weerga inderdaad niet kende. Verhouding aantal kerken op aantal huizen plusminus 1:10; daarbij zijn de kerken een stuk beter onderhouden. De eerste waar we een blik in wiepen was de Chiesa S. Margharita o S. Francisco, alsof ze het zelf niet zeker wisten. Wellicht een zestiende-eeuws staaltje timesharing? Daarna de Trinitá, gevolgd door de Duomo (geen dorp of stadje zonder Duomo).

Up, up, up!
Heuvel- en bergtoppen zijn natuurlijk niet compleet zonder kasteel. Helaas zijn die nog een beetje slechter onderhouden dan de huizen. In het geval van Forza was van verre te zien dat er een grote kraan naast het nog wat hogeropgelegen Normandische kasteel stond. Elise was weer terug in de niet-traploopmodus dus ik deed een solopoging het kasteel te bereiken: mooi aangelegde trap via smalle steegjes, allengs verdwenen de bloempotten echter en werden de huizen onbewoonder, op een enkele B&B na. Plotseling verwerd de trap tot een ruïne: kasteel bereikt, dicht hek ervoor, einde oefening.

Kasteel in aanbouw
Op de weg tarug van het kasteel vond ik Elise in een cafeetje waar toevallig een aantal foto's aan de muur hingen van enkele welbekende sceènes uit Godather I en III. Navraag leerde dat hier inderdaad, net als in Savoca, enkele van de opnames van die films gemaakt zijn. Om precies te zijn: een lege straat met kerk - die Duomo van zonet - waarin Michael belandt bij zijn eerste bezoek aan voorouderlijk Corleone (sic). Hij vraagt aan zijn lijfwachten waarom het er zo leeg is, zij antwoorden dat alle mannen dood of gevlucht zijn vanwege de alomtegenwoordige mafia. Het was er nu ook leeg, maar dat was omdat we opnieuw de grote groepen toeristen te vroeg af waren.

Random kasteel
Direct vóór de heuvel van Forza d'Agrò ligt trouwens nog een ontoegankelijk kasteel in slechte staat schilderachtig te wezen. Informatie niet te vinden, maar het plaatje alleen al maakt de vermelding waard.

Het Mooiste Dorp van Sicilië
Door naar Savoca. Dit bereikten we middenin een konvooi toerbussen, wat vooral op de toegangsweg tot interessante taferelen leidde: zo'n bus kàn wel een haarspeld aan, maar dan moet er even geen andere auto in de buurt zijn of langs willen. Nou, vertel dat maar eens aan een Siciliaan.

Het dorpje zelf was wel meteen een stuk minder uitgestorven.

Nu het dag en licht was konden we dan eindelijk met eigen ogen aanschouwen wat dit tot Het Mooiste Dorp van Sicilië maakt. Ik moet zeggen, we waren zeer onder de indruk. Zeg drie keer "pittoreskst" achter elkaar en je hebt een idee. Zo hard tegen een steile heuvelrug gekwakt dat het is blijven plakken, inclusief pleintje met barretjes, huisjes, en natuurlijk kerken in dezelfde verhouding als in Forza d'Agrò.

Niet Disney
We hebben tien jaar geleden een georganiseerde reis door Egypte gemaakt waarbij we de laatste paar dagen helaas moesten slijten aan een nepplaatsje aan de Rode Zee, El Gouna geheten. Dit was door Disney ontworpen in perfect Arabische stijl, met alle straatjes in volmaakte bogen, alle huizen met prachtige balkons en slagroompuntdaken. Nou, Savoca is net zo perfect maar dan Italiaans en niet Disney; er staan overgroeide ruïnes, onbewoonbare krotten en hier en daar een betonnen misbaksel tussen de roodbaksteengedakte huisjes, en in de helft van de straten wil er graag een auto voorrang nemen. Maar de location scout van de Godfather heeft absoluut verstand van zaken gehad!

Huwelijkskerk
In Savoca is de erg vermakelijke scène voor het café opgenomen waar Michael Corleone de eigenaar (Vitelli) vraagt naar het meisje dat hij net gezien heeft en waarop hij op slag verliefd is geworden (più greco che italiano), waarop hij (de eigenaar) haar vader blijkt te zijn; en de huwelijksscène bij de kerk waarin hij (Michael) uiteindelijk met haar trouwt. (De scène waarin zij met auto en al opgeblazen wordt speelt ergens anders.) Erg leuk om te zien en te zijn. De overal hangende foto's met de huidige staat vergelijkend is het sinds die tijd nogal opgeknapt.

A Vitelli
Hoe pittoresk ook, na een uur of zo heb je het allemaal wel een keer gezien. Een ijsje en een koffie (a Vitelli) later waren we weer op de terugweg. Er was nog ruim voldoende van de middag over om het zwembad geruime tijd een bezoek te brengen. Daarna weer eten in het dorpje boven.

Wilde plannen voor morgen en overmorgen: een tweedaagse tocht met overnachting elders, zodat we iets meer van de rest van het eiland kunnen zien. De laptop blijft hier, dus de blog komt even stil te liggen. Vandaar er even aan getrokken om nu, voor het eerst deze vakantie, helemaal bij de tijd te zijn.

Friday, 31 July 2015

31 juli: Ancora niente

Een gezel in de familie
Na alle actie van gisteren weer hoog tijd voor een dag van niks. Zo blijft er nog wat over voor week 2. En niet onbelangrijk, zo raak ik niet tever achter met deze blog. (Want het moge duidelijk zijn, vakantie vieren doe je niet voor nu maar voor later, om met weemoed aan terug te denken - en daarvoor is het noodzakelijk de geauthoriseerde versie van de waarheid zo snel mogelijk in bits en bytes vast te leggen.)

Hier zou misschien het ironieteken op zijn plaats zijn, maar gij, lezers en lezeressen van deze blog, hebt zoiets gelukkig niet nodig. Dit in tegenstelling tot mijn studenten, zoals ik afgelopen kwartiel merkte toen een ironisch bedoelde email-boodschap tot tamelijk boze reacties leidde.

Over studenten gesproken: Willem-Jan zit sinds vanmiddag even tussen twee studies: Bachelor keurig afgerond (vóór 1 augustus: belangrijk!), Master begint per 1 september.

Ik dwaal af, omdat er over vandaag weinig te vertellen valt, tenminste het gedeelte tot 19:00 uur. Ik ben het snelst klaar als ik het verschil beschrijf met eergisteren: een delta, in Informatica-jargon.
  • Elise ging vandaag geen boodschappen doen.
  • Ik heb niet alleen WordFeud gespeeld maar ook blog geschreven.
  • Het gelezen boek (maar bij lange na niet uitgelezen, in feite nog nauwelijks begonnen) was een ander: Reamde, van Neil Stephenson. Zó dik (en slecht gelijmd) dat de pagina's bij bladzijde 10 al los beginnen te laten. Dat bevordert de leesvreugde niet.
  • Het was zo goed als windstil. We hebben bij het zwembad een poging tot spelletje gedaan, tot het toch een beetje begon te waaien en de Kolonisten-van-Catan-kaartjes weggeblazen werden. Jammer, ik stond op winnen.
  • De wind was een voorbode voor een kort onweer, dat zich overigens uitsluitend op zee voltrok. Ik denk dat Dame Etna vandaag niet zo'n goede bui had - vanuit ons appartement net niet te zien, maar daar kwamen de wolken wel vandaan.
  • Het brandje 's avonds was op een andere bergtop.
Aan de blog!
Tussen het voorlaatste  item (19:00 uur) en het laatste (23:00 uur) bevond zich dan toch nog een vermeldenswaardig avontuurtje, dat begon met een idee van Elise om nu eens niet in Taormina te gaan eten, maar in een ander stadje (op rijdafstand): namelijk Savoca, door onze reisgids geïdentificeerd als plaats waar (een deel van) The Godfather is opgenomen. Ik heb altijd gedacht dat dat daadwerkelijk in Corleone was, maar nee. Savoca (klemtoon op de eerste a) ligt hier maar 20 km vandaan, iets noordelijker en iets landinwaarts.

Onze TomTom, waarover ik me al eerder negatief heb uitgelaten, bleek heel aparte ideeën te hebben over de snelste weg naar Savoca. Het begon ermee dat we na een onschuldig stuk kustweg de aanwijzing kregen rechtaf te gaan waar geen afslag was, tenminste geen gelijkvoerse: de weg die de onze kruiste, en waarvan het aannemelijk was dat we die moesten volgen, lag zo'n tien meter hoger. Dat redt onze Citroën niet; dus maar rechtsomkeert en via een meer geëigende route de bedoelde weg op. Even later werd het nog spannender: we werden kleinere en kleinere weggetjes opgestuurd, tot we voor een pad stonden dat met de beste wil van de wereld niet meer verhard kon worden genoemd, maar wel erg smal, steil en bochtig. Tom en zijn tweelingbroer volhardden in het wijzen van juist die weg, en waren geen van beiden op andere gedachten te brengen.

Interrottaweg
Er restte weinig anders dan in de invallende schemering een eindje terug te rijden en een lokalo te vragen hoe we het beste naar Savoca kwamen. Het antwoord liet niets aan duidelijkheid te wensen over: die weg daar, dan sempre dritto. Goed, wij sempre dritto, ons niets aantrekkend van een hek met een bord: "strada interrotta". Niets mee te maken, wij reden hier met de authoriteit van een lokale expert, die interrupties waren natuurlijk de gaten over de halve weg die we al snel tegenkwamen. Of... nou... houdt de weg daar op? Is dat een steenlawine dwars over de weg? Ehh... ja, daar lijkt het wel erg op. Dat heeft bar weinig meer met strada te maken.

Het heeft niet bijster veel zin te speculeren of onze lokalo al drie jaar zijn dorp niet uitgekomen is (mijn schatting van de leeftijd van deze aardverschuiving) of ons domme toeristen voor de gek wilde houden. We keerden andermaal om, reden nu helemaal terug naar de kust en namen een eindje verderop de normale weg, die overigens ook best fatsoenlijk bewegwijzerd bleek te zijn, met bordjes "Savoca: Het Mooiste Dorp van Sicilië". Vanwege het inmiddels defintief ingevallen duister viel dat voor ons helaas niet meer te controleren toen we er tien haarspeldbochten later aankwamen. We waren allang blij dat we zonder verdere avonturen een open restaurant vonden in het nogal uitgestorven aandoende dorp. Een Tagliatelle Venkel respectievelijk Lasagne al Forno later namen we snel de benen naar ons eigen, nooit uitgestorven Taormina.

30 juli: Dame Etna

Er bovenop (was de jas toch nog ergens goed voor)
Vandaag een absoluut hoogtepunt: het beklimmen van de Etna. We hadden haar natuurlijk al dagenlang van een afstand bewonderd: ongenaakbaar, ruim twee kilometer hoger dan al die andere heuveltjes en dwergbergjes. De eerste dagen veelal met het hoofd in de wolken, maar tijdens de rit naar Syracuse en ook tijdens de niksdag gisteren was ze helemaal in beeld, met een silhouet dat dusdanig stereotiep vulkaanachtig was dat ik geneigd was te denken: Ja toe maar, we hebben het begrepen, doe nou maar weer normaal. Zelfs het kleine wolkje vanuit de top ontbrak niet. Ik was trouwens wel benieuwd wat dat nu was: waterdampwolk of industrieel afval uit het binnenste der aarde?

Dalstation, 's morgens in de vroegte
Om optimaal gebruik te maken van de tijd en eventuele drukte voor te zijn vertrokken we tegen achten. Hoewel we andermaal ontdekten dat bewegwijzering hier meer een soort dilettantische hobby is dan een serieuze roeping, kwamen we zonder al te grote omwegen kort na negenen bij het voor de auto hoogst bereikbare punt: het begin van een kabelbaan, op 1900 meter, bovenstation 2500 meter. De informatie in de gids en op internet blinkt niet uit in duidelijkheid, maar alle bronnen repten van deze eerste fase als een nuttige, hoewel niet kostenloze stap op weg naar de 3300 meter hoge top. Niet duidelijk was of er überhaupt ook een voetpad was, maar zelfs al zou dat zo zijn (wat wel logisch leek), dan nog spaar je je energie liever voor de hogergelegen hoogtemeters. Die 30 euro pp hadden we dus al ingecalculeerd.

Etna trekt ons, maar trekken wij de Etna?
Er diende zich meteen wel een lastige keuze aan: hoe verder vanaf het bovenstation? Ook op dit punt bar weinig overzichtelijke informatie gevonden: er zouden jeeps verder naar boven rijden (nog eens 32 euro pp), tot zo'n 2900 meter - maar dan? Gewag werd gemaakt van excursies-met-gids naar de top, maar was dat nodig? Was het haalbaar? De twijfels sloegen acuut toe toen we bij het oprijden van de overigens nog zeer lege parkeerplaats onmiddellijk werden aangesproken door een verkoper van precies die excursies. Twijfel, twijfel. Haalt de verschrompelde rechterlong van Elise het wel? Trekt mijn achillespees het? Van die dingen. Liever had ik de keus uitgesteld tot op z'n vroegst het bergstation, maar ons werd verteld dat we zo'n excursie hier moesten boeken. Twijfel, twijfel. Eén van de minder prettige aspecten van Italië, en zeker Sicilië, is dat je voortdurend het gevoel hebt dat je op je hoede moet zijn om niet voor het lapje gehouden te worden. Zou er tien meter verderop niet een betere deal te krijgen zijn? Twijfel. De gids verzekerde ons, vooral Elise, dat we hééél langzaam zouden gaan. De beschijving van de excursie vermeldde "medium/hard". Twijfel.

De jeepvloot
Uiteindelijk gingen we voor de hoofdprijs: de top van de berg, 85 euro pp. Dat zou een trip van 6 uur worden, niet misselijk natuurlijk, in een gegidste groep van 20 personen: vijf Russen (waarvan er later tenminste twee Wit- bleken te zijn), zeven Spanjaarden, zes Nederlanders en nog wat los spul. Vertrek 10:30; tijd genoeg om ons moed in te drinken met een kop koffie. Niet meer dan een kwartier te laat vertrokken we: kabelbaan, jeep (meer een soort busje op een stoer onderstel), daarna Het Grote Wandelavontuur.

Die Elise auf der Etna
De ene vulkaan is de andere niet. We hebben er in de loop van de tijd al redelijk wat bezocht: op Java, IJsland, Lanzarote, Madeira (enkel een heel oude lavatunnel), nu hier. Maar hoewel de Bromo en de Hekla na ons bezoek weer overtuigend tot leven zijn gekomen, is Etna de eerste vulkaan die we bezocht hebben terwijl ze actief is. Want dat heb ik niet eerder beseft: Dame Etna staat te boek als actieve vulkaan - wat heet, in mei dit jaar (twee maanden geleden!) gaf ze nog een optreden ten beste.

Geel van het zwavel
Herkenbaar was in ieder geval het zwarte panorama. Gestolde lava is zwart. Behalve waar hij rood is van de roest, of wit van het calcium, of geel van het zwavel. Hier in ieder geval overheersend zwart. Ons pad voerde eerst over zwart zand, toen over zwarte puimsteenkeien met diameter tussen de 5 en 30 cm. Puimsteen is steen dat een examen als spons heeft gedaan maar daar keihard voor is gezakt. Val niet, want één van de karakteristieken van spons waaraan puimsteen niet voldoet is dat het zacht is en geen gaten in je maakt. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, want een echt pad was er niet, alleen een spoor waar de doorsnee-puimsteen-doorsnee 5 cm was in plaats van 30.

E vero: lava over ijs
Deze puimsteenfase duurde gelukkig niet lang, anders weet ik niet of het hele clubje de wandeling tot een goed einde had gebracht. Het gezelschap bevatte een aantal leden wier wandelcapaciteiten een stuk lager in te schatten waren dan die van Elise, hoewel ze daar vermoedelijk zelf minder aan twijfelden. Vrij abrupt waren we terug op (zwart) kiezel. Merkwaardig genoeg leek daar op plekken ijs doorheen te schijnen, en even later was er geen twijfel meer mogelijk: we liepen over lava dat over een sneeuw- of ijsvlakte lag. Niet goed te bevatten, maar 's winters is dit een skigebied, en een winterse Etna-uitbarsting kan dus prima een sneeuwlaag bedelven. Weg sneeuw zou je denken, 1000 graden moet genoeg zijn; maar waar moet die sneeuw naar toe? De intuïtie laat ons hier in de steek: hoe kan je je een beeld vormen van dat soort omstandigheden, en de krachten die daarbij vrijkomen?

Op IJsland hebben we 50 tot 100 meter diepe kloven en rivierbeddingen gezien die, naar ons verteld werd, in de loop van uren (sic) zijn uitgesleten door water dat was vrijgekomen bij een onder-gletscherse vulkaanuitbarsting. Onvoorstelbaar. Zo kan kennelijk een laag ejecta een laag ijs bedekken en vervolgens isoleren. Onvoorstelbaar. Deze zwarte kiezel was een paar jaar oud; de grotere puimstenen waren van vorig jaar of het jaar daarvoor. Dat verklaarde ook de plotselinge overgang van één soort ondergond naar de vorige: lavastroompje van 1, 2, 5, 10 jaar oud. Zo snel gaat dus ook de erosie: de sponsachtige gaten van puimsteen, overigens veroorzaakt door het krimpen van een stuk steen onder afkoeling van 1000 graden tot 20 graden, zorgen voor vatbaarheid voor weer en wind waar zandsteen een puntje aan kan zuigen; in een paar jaar van respectabele brokken steen, goed voor beenbreuken en vleeswonden, tot miezerig kiezel, en daarna zand. Tot stof zult gij weerkeren. Maar wel zwart stof.

Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet
De gids hield zich aan zijn woord en een laag tempo. Vóór ons liep een andere groep, niets sneller dan wij. Een kleine vierhonderd meter in 90 minuten: ik hield me ondeweg bezig met omrekenen, dat is 4 meter per minuut, 10 centimeter per seconde. Eén traptrede is 25 cm (of is het 30?), dus als je 90 minuten lang elke 3 seconden één traptrede neemt ben je er. Het leek me dat wij langzamer gingen. Maar dat was prima zo. Ik had een dag eerder op TripAdvisor een recensie gelezen van deze zelfde excursie waarin de recensent klaagde over een veel te haastige gids, die iedereen achter zich liet. Misschien had onze Pietro (goede naam voor een bergexcursiegids) die recensie ook gelezen, en zich voorgenomen dat zoiets nooit over hem geschreven zou worden. Alle lof, hij had de groep goed ingeschat.

Honderden meters diep/tientallen kilometers ver
Zonder buiten adem te raken bereikten we hoogten waarop de omgeving steeds bijzonderder werd. Een opening bood ons zicht op de caldera waarvan we uiteindelijk de rand wilden bereiken. Nou ja, zicht; we zagen vooral opstijgende wolken die (zoals onze neus en keel ons vertelden) onmiskenbaar uit zwavelgassen bestonden. Vraag beantwoord: ja, Etna staat de hele dag te paffen, daar komt geen waterdamp aan te pas. Een vijftig meter hoger bereikten we de rand zelf, en ontvouwde zich een moeilijk te bevatten panorama. Caldera van zeker honderd meter doorsnee en vele malen dieper (onmogelijk goed in te schatten, geen referentie en slecht zicht vanwege veel zwavel in de lucht); draai je om en je kijkt drie kilometer omlaag en vijftig kilometer ver. Zo ver zuidelijk op het halfrond is de lucht nooit echt helder (een jammerlijk verschil met IJsland), maar op onze hoogte was dat alweer een stuk beter dan op zeeniveau. Dus: prachtig uitzicht naar het zuiden, oosten en noorden van Sicilië; draai je om en je kijkt recht naar beneden naar het middelpunt der aarde, al is het zicht aan die kant nog een stuk minder.

Immer die Schulter zum Tal!
Nieuwe vraag: waarom liet Jules Verne zijn helden door de Stromboli uitspugen en niet door Etna?

Na een kwartier onze ogen goed de kost te hebben gegeven was het alweer tijd voor de afdaling. Een heel andere techniek dan klimmen: het (zwarte) grint en kiezel ligt los en heeft een hoge statische maar een lage dynamische wrijvingscoëfficiënt. Oftewel: als je een beetje vaart hebt gaat het glijden, en als je meeglijdt en je evenwicht houdt ben je in no time beneden. Elise heeft het skieën afgezworen, maar gleed mee als de beste.

Hoewel stoer gekleed, met hero stubble en bandana waar Erik Geurts jaloers op zou zijn, hield Pietro de boel prima in de gaten en bij elkaar, en laste hij op een geschikt moment een (late) lunchpauze en zelfs een toiletstop in (dames rechtsaf, heren linksaf, de rest even wachten graag). De toiletten zelf kon hij weliswaar niet zo snel regelen, maar ongeveer de enige sponstest waarvoor lava wél slaagt is vochtopname, dus no problemo.

Pietro: daar kan je op bouwen
Zwart op zwart
In de prijs van onze excursie was het voorrecht inbegrepen om in plaats van de jeep te nemen het stuk naar beneden te lopen (tot kabelbaan). Iedereen was vermoeid geraakt en sommigen hadden graag van dat voorrecht afgezien, maar ook dit stuk was de moeite waard. Een dode krater, nader toegelichte zwart-op-zwart vergezichten (tot daar kwam de uitbarsting van 1976, daar 1992, daar 2002), meer skihellingen, de eerste vegetatie (shocking yellow). Pietro bewees nog een keer zijn waarde door een recent geopereerde Spaanse knie te ondersteunen. (Es war ein Knie, sonst nichts.) Het was inderdaad zes uur later toen we bij het bergstation aankwamen, de lift zou een half uur later al sluiten.

Dame Edna
Verder geen avonturen. Moe maar voldaan nuttigden E en ik nog een koffie en een ijsje waar we ook begonnen waren. Naar beneden piepte de auto nog in paniek dat-ie geen benzine meer had, maar tenzij er echt maar 30 liter ingaat was dat een voorbarig signaal, en sowieso snel verholpen na de afdaling over de (trouwens in uitstekende staat verkerende) alweer zeer rustige weg. Je zou haast denken dat er vandaag verder niemand bij Dame Etna op de koffie is gegaan.

29 juli: Assolamente niente

Niets
Dit was zo'n lange dag waarover je achteraf kort kunt zijn: he-le-maal niets gedaan. Vervolgens kan ik natuurlijk toch niet laten om in detail te beschrijven waaruit dat niets bestond...

Niets is: ontbijtje bestaande uit oploskoffie, fruitjoghurt, een knäckebröd met een stukje Italiaanse kaas. Verder niets: warmte en eetlust gaan niet samen.

Niets is: Elise met de auto naar boven brengen, omdat niets haar teveel is (vooral traplopen niet) en ze met alle liefde op zoek gaat naar een paar niet al te verschrikkelijke T-shirts voor mij - het is bepaald dat ik er daar te weinig van bij me heb. (Gisteren waren de Leonardo-da-Vinci-T-shirts alleen tot L verkrijgbaar, anders was deze expeditie niet nodig geweest.)

Niets is: aan het zwembad hangend twintig WordFeud-potjes opstarten, om mijn rating weer een beetje op peil te krijgen. Daar kan je vervolgens met gemak de rest van de dag mee zoet zijn.

Niets is: tussen de woorden door een boek helemaal uitlezen. (Raising Steam, de laatste van de helaas te vroeg overleden Pratchett, jammer genoeg niet bepaald zijn beste.) (Net nog even de waarheid van deze bewering gecheckt en gelezen dat er nog één boek posthuum zal verschijnen.)

Niets is: na terugkomst ven E (verrassend genoeg alleen T-shirts gekocht, en restaurantjes gescout) een zakje crackers met gedroogde tomaten soldaat maken.

Niets is: om het half uur het zwembad opzoeken voor koststondige verkoeling, en daarna de ligstoel verzetten omdat de schaduw alweer in volle zon is veranderd.

Al met al beviel niets goed.

Toen was het morgen geweest, en het was avond geweest: de vierde dag. Er moest alleen nog gegeten worden, maar hier kwam Elise's vanochtend opgedane expertise goed van pas. Nu toch maar lopend (voor Herman: 65 + 44 + 153 treden) waagden we ons in het avondlijk gedrang. De barre tocht omhoog werd verlevendigd door een heidebrandje op een berghelling direct voor onze neus, van deze afstand (een halve kilometer?) best indrukwekkend met metershoge vlammen en niet de minste neiging geblust te worden. Wat ze al niet doen om de toerist te vermaken! In het stadje hielpen steltlopers, levende standbeelden, een goed getroffen Captain Jack Sparrow en portretschilders het straatbeeld te ontsnappen aan de volkomen monotonie van schoenenwnkels, kledingwinkels, juweliers, tassenwinkels, brillenwinkels, make-up-winkels, en natuurlijk de onontbeerlijke souvenirwinkels, gelaterias en restaurants.

Het uiteindelijk gekozen restaurant onderscheidde qua aanbod zich in weinig van al die andere, maar bood wel uitzicht op een een pleintje (van de 9e april, ze zijn hier gek op data als straatnamen) met portretschilders in actie. Daar waren de prijzen vermoedelijk op aangepast, maar who cares? We vermaakten ons best en lieten het breed hangen. En zo kwam ook aan niets een einde.


Wednesday, 29 July 2015

28 juli: Eureka!

Graftombe van Archimedes, misschien
De titel van deze blog was onvermijdelijk gezien onze bestemming vandaag: Syracuse, een stuk zuidelijker gelegen aan hetzelfde stuk kust. Terug naar Catania en dan nog een keer net zover. Vooral bekend (althans bij mij) als de woonplaats van de wis- en natuurkundige Archimedes, hij van de wet en het naaktlopen, zo'n drie eeuwen voor Christus. Jammerlijk om het leven gebracht door wat onoplettende, niet in wiskunde geïnteresseerde soldaten, hoewel ze nu juist opdracht hadden hem in leven te laten. Zijn naar verluidt laatste woorden, "laat mijn cirkels met rust" zijn van al net zo twijfelachtige historische waarde als het "ook gij, Brutus" van Julius Ceasar een paar eeuwen later - maar wat doet het ertoe, liever een goed verhaal dan droge feiten.

We vertrokken enigszins tijdig, na gisteren gezien te hebben dat dat goed is voor de drukte. De toegang tot de stad werd nog wel bemoeilijkt door een uit het niets opdoemende file, oorzaak onbekend; maar relatief probleemloos bereikten we onze eerste bestemming, het Parco Archeologico met weer een Grieks amfitheater, dit het grootste van Europa (zegt men), Griekenland zelf niet uitgesloten. Nou, dat mag wel wezen, maar blasé als wij zijn vonden we het niet zeer indrukwekkend: dat van "ons" Taormina ligt mooier, en puur op basis van aantal stoelen zijn die van Pergamon en Efeze in Turkije toch aanzienlijk groter. Met dank overigens ook aan de Spanjaarden (zie mijn opmerking gisteren over bezetters van Sicilië) die het amfitheater hebben gebruikt als steengroeve voor hun paleizen op het eilandje Ortigia, dat in het begin (5 eeuwen voor Christus) en later weer (late middeleeuwen) alles was waaruit Syracuse bestond.

Amfitheater Syracuse: hot, hot, hot!
Het Parco Archeologico bestond verder uit een Romeins amfitheater, gesloten vanwege renovatie, en de tombe van Archimedes. Daarheen voerde een kronkelpad dat ook nog langs een Romeins badhuis en enkele niet nader verklaarde kerkachtige bouwselen voerde, en ons zeer plotseling weer uitliet op een geasfalteerde straat, zonder dat we de bedoelde tombe ook daadwerkelijk gezien hadden. Navraag leerde dat deze het middelpunt vormde van een verder met hekken omgeven gebied met eerbiedwaardig puin, direct bij de uitgang van het Parco. Een béétje meer publieksvriendelijkheid zou hier niet misstaan... hoeft niet meteen Disney te zijn, maar gewoon dat je weet waar je naar kijkt.

Domplein Origia (Syracuse)
Onze volgende stop was datzelfde eiland Ortigia. Opnieuw een duik in het verkeer, gevolgd door eerst een koffie; daarna dwalen door de straten vol monumentale gebouwen. Hoogtepunt: het plein met de Dom. Het puilde niet bepaald uit van de touristen. De weinigen die er waren werden door een accordeoniste ontvangen met de hier alomtegenwoordige Godfather-themamuziek. Niet duidelijk of hier erg veel mensen wonen; in de gids staat dat het allemaal erg vervallen is geweest en pas toen het onder de auspiciën van de UNESCO World Heritage kwam langzaam weer gerestaureerd is.

Onderweg zagen we een poster voor een Leonardi-da-Vinci-museum met een zaal gewijd aan Archimedes, waar ze vanaf de tekeningen en beschrijvingen van beide grootheden mechanieken en principes hadden nagebouwd. Dat was nog wel een leuke zijsprong: iedereen heeft denk ik wel eens een tekening van die drakenvleugels gezien, maar hoe zagen die er nou écht uit? Het was allemaal keurig van hout op schaal nagebouwd, sommige modellen interactief. Eens temeer bleek de veelzijdigheid van L.d.V., en hoewel Archimedes nooit schepen met spiegels in brand heeft gestoken (zoals onze reisgids niettemin klakkeloos vermeldt) had ook hij een onvoorstelbaar groot denkraam. ("Geef me een hefboom en ik zal de wereld bewegen".) Helaas geen badkuip-met-kroon.

Volgende halte: Noto. Noto van gehoord? Was voor mij ook een onbekende, maar voor cognoscenti van barok-architectuur moet dit klinken als een klok. We moeten dan terug naar 1693: een verwoestende aardbeving legt het zuidoosten van Sicilië plat. L'Aquila 1999 moet er niets bij geweest zijn. Maar in plaats van in zak en as te gaan zitten nam men in diverste plaatsen de kans te baat om nu eindelijk de zaak eens rationeel en rechtlijnig te herbouwen. (Ik heb laatst gelezen dat men dat ook in London wilde doen na de brand van 1666, maar er was teveel blijven staan om dat echt rigoureus door te voeren.) Aldus Noto: één stijl, één bouwmateriaal, rechte hoeken alom. Eén lange rechte straat voor de adel, één voor de kerken en het bestuur, één voor het klootjesvolk. Dat soort logica.

Goed, we zijn er geweest, we hebben het gezien, het was er warm. Gelukkig hadden ze er prima ijs. Het bouwmateriaal deed uiterlijk sterk denken aan zandsculpturen: precies diezelfde kleur, op de een of andere manier dezelfde consistentie. Verder spatte de bijzonderheid er voor ons niet vanaf, cultuurbarbaren die we ergens toch wel zijn.

Voetbalveld van Taormina
Bij het verlaten van de parkeerplaats klonk er een akelig schurend geluid bij het linkervoorwiel. Smal straatje, over het hoofd gezien dat er een hoge stoeprand langs liep. Bij controle naderhand bleek dat de wieldop er niet onbekrast is afgekomen. Dat wordt nog interessant bij het inleveren. Nu wel blij dat we het eigen risico afgekocht hebben.

Tijdens de thuisrit zagen we een hele reeks brandjes aan alle kanten, ook vloog er een blushelikopter over. Kennelijk een regelmatig terugkerend fenomeen in zomers Sicilië. Alsof het niet al warm genoeg is.

Terug in Taormina aten we ter afsluiting een pizzaatje met uitzicht op het lokale voetbalveld, dat als een Mordillo-tekening voor de helft op pijlers is gebouwd - waar haal je anders zoveel vierkante meters vlak terrein vandaan - en waar het idioot smalle weggetje naar Terra Rossa zich omheen kronkelt. De kabelbaan gaat er ook nog eens recht overheen, om het kwartier vier witte en vier rode eitjes. Het is woekeren met de ruimte hier, maar de derde dimensie wordt vol ingezet.

Tuesday, 28 July 2015

27 juli: Taormina bij hoog en bij laag

Teatro Antico, Taormina - wolkomfloerste Etna op de achtergrond
Doel van vandaag was om de directe omgeving te verkennen, te beginnen bij de oude Griekse restanten in het dorpje zelf, daarna een kasteel dat op een hoog boven het dorp uittorenende heuvel ligt en kennelijk ook op een respectabele leeftijd kan bogen.

Vanwege het volkomen gebrek aan aantrekkingskracht van een wandeling 300 meter omhoog (Castello, mijn schatting) in een temperatuur van >30 graden viel de keus snel op de auto. We waren vroeg genoeg om die ook even later weer kwijt te kunnen, en al snel togen we naar het oude Griekse amfitheater, het op één na grootste op Sicilië. Geef de Grieken een heuvel met geschikte hellinggraad en je krijgt een amfitheater. Het is een wetmatigheid: Hollander: molen; Egyptenaar: piramide; Griek: amfitheater. Deze was wel bijzonder bijzonder gesitueerd, met gelijktijdig zuidwaarts uitzicht op de kust en de Etna. We waren er beiden zo door gecharmeerd dat we onmiddellijk kaartjes kochten voor een live uitvoering van Don Giovanni. (Let wel: niet Domgiovanni en ook niet Di Bosco!) Uitvoering op 4 augustus 21:30; waarschijnlijk hebben we dan allang genoeg van het eiland dus hebben we iets om naar uit te kijken - en de begintijd biedt hoop op een aangename kijk- en luistertemperatuur.

Madonna della Rocca
Het tweede deel liep uit op een lichte teleurstelling aangezien het kasteel onbereikbaar bleek: de trap die de laatste 50 meter omhoog leidt vanaf de net iets lager gelegen Chiesa Madonna della Rocca was druk bezig gerestaureerd te worden. Ik kan er dus alleen uit tweede hand iets over zeggen: in ieder geval al in 902 als verdedigingswerk in gebruik bij een belegering door de Arabieren toen het even deel uitmaakte van het Byzantijnse rijk. (Sicilië is volgens mij door werkelijk alle aan de Middellandse zee grenzende landen wel eens bezet geweest.) Het heet dan ook wel Castello Saraceno. Maar de Madonna della Rocca zelf was ook een klein pareltje, hoewel van veel later datum (17e eeuw): gebouwd in een grot, die ook nu nog het plafond en een van de muren vormt.

Al met al goed dat we niet waren komen lopen, want dan was de teleurstelling allicht moeilijker te verkroppen geweest. Zoals de feiten nu lagen belette niets ons om ons heil nog een heuveltop hogerop te zoeken, in het dorpje Castelmola. Dit bestaat uit een plukje huizen dat op een van afstand bezien absurde manier op een heuvel, of zeg maar bergtop gekwakt is. De huizen hangen er zogezegd over de rand. Ik had het zaterdag al in de auto op weg van Catania naar T zien liggen en kon op dat moment mijn ogen niet geloven. Nu lag het binnen tufbereik, dus niet getreuzeld.

Castelmola
Zoals de naam natuurlijk al doet vermoeden, heeft ook Castelmola een kasteel. Jammer genoeg is daar nog minder over te vinden dan over het Castello Saraceno; zeg maar gerust niets. In ieder geval pietepeuterig klein, met een gestut muurtje en een slapend kanonnetje. De rest van het dorpje past daar goed bij. Wel meerdere hotels, Castelmola pikt een flinke schepel graan mee van Taormina kennelijk. Mooie plek, maar niet goed voor meer dan één nacht dunkt me. Van daaruit is het gevoel dat je op de top van de wereld leeft niet meer zo aanwezig. Wel een magnifiek uitzicht, onder meer op het eerder bezochte amfitheater (300 BC), de rotskerk (1700 AD) en het bijna bezochte saraceense kasteel (900 AD).

Theater, kasteel, kerk: Cultuur, oorlog, religie
Hoewel er even landinwaarts boven Castelmola nog weer een hogere bergtop prijkt, en er landen zijn waar zoiets zeker ook weer goed zou zijn geweest voor nog weer een kasteel, was het wat Taormina betrof hiermee basta. Misschien dat de altijd op de achtergrond aanwezige Etna daar iets mee te maken heeft: wat heeft het voor zin steeds hoger te bouwen als je daar toch niet tegenop kunt?

Slapend kanon in kasteel Castelmola
Op weg terug bleek dat we er goed aan hadden gedaan tijdig te vertrekken: het begon alweer aardig druk te worden op de zeer smalle wegen. Zie het als schouwspel en besef dat je alle tijd hebt, dan is rijden onder die omstandigheden een genoegen. Ander voordeel van onze matineuziteit: het was nog maar een uur of 2, prima moment voor een onderdompeling in het roodaardige zwembad. Boekje erbij, rond 4 uur worstje/kaasje erbij, het viel prima uit te houden.

Ons plan voor de dag was echter nog niet afgerond, en we wisten zowaar nog in de benen te komen voor de laatste etappe: een bezoekje aan het Isola Bella, een wat grandioze naam voor een kleine rotspunt die hier net voor de kust ligt en soms net wèl maar meestal net níet door een stukje strand met het vasteland (nou ja, Sicilië dus) verbonden is. Waaruit je zou kunnen concluderen dat er toch sprake is van getijden in de Middellandse zee, hoewel ik persoonlijk denk dat de wind hier meer mee te maken heeft. Hoe dat ook zij, dit keer daalden we na de al besproken 262 treden er nog eens 138 af tot zeeniveau. Helaas bleek het strand voornamelijk kiezel, hier en daar overgaand in gruis; het laatste materiaal troffen we aan na doorwaden van de 20 meter die op dat moment klein eiland en groter eiland scheidde, zodat er gelukkig toch nog even te liggen viel. Niet gerekend hadden we op het feit dat de oostkust van Sicilië al een flink stuk vóór zonsondergang in de schaduw komt te liggen, namelijk van de oostkust van Sicilië. Eigenlijk wel prima zo, na een paar uur zwembad was het toch wel verstandig eerst even de schade op te maken.

Vraag voor de lezers: wat betekent dit bord?
Onze bedoeling was ook om daar beneden een avondhap te nuttigen, maar dat bleek niet mee te vallen: te laat voor de strandgasten, te vroeg voor de stamgasten. Na even zoeken en de conflicterende eisen verzoenen vonden we een plekje, maar erg bevredigend was het niet. Het hoge Taormina heeft toch meer te bieden. Kan overigens best zijn dat het er beneden later op de avond weer wild aan toegaat, er stijgen diep in de nacht geluiden op die dat suggereren. De kabelbaan gaat tot 1:30 ('s nachts ja), daar zal het niet aan liggen. Dat soort tijden zitten er voor ons echter niet in: nog even een poging om bloggewijs niet al te ver achter te komen, daarna ging het licht uit.