Friday, 31 July 2015

30 juli: Dame Etna

Er bovenop (was de jas toch nog ergens goed voor)
Vandaag een absoluut hoogtepunt: het beklimmen van de Etna. We hadden haar natuurlijk al dagenlang van een afstand bewonderd: ongenaakbaar, ruim twee kilometer hoger dan al die andere heuveltjes en dwergbergjes. De eerste dagen veelal met het hoofd in de wolken, maar tijdens de rit naar Syracuse en ook tijdens de niksdag gisteren was ze helemaal in beeld, met een silhouet dat dusdanig stereotiep vulkaanachtig was dat ik geneigd was te denken: Ja toe maar, we hebben het begrepen, doe nou maar weer normaal. Zelfs het kleine wolkje vanuit de top ontbrak niet. Ik was trouwens wel benieuwd wat dat nu was: waterdampwolk of industrieel afval uit het binnenste der aarde?

Dalstation, 's morgens in de vroegte
Om optimaal gebruik te maken van de tijd en eventuele drukte voor te zijn vertrokken we tegen achten. Hoewel we andermaal ontdekten dat bewegwijzering hier meer een soort dilettantische hobby is dan een serieuze roeping, kwamen we zonder al te grote omwegen kort na negenen bij het voor de auto hoogst bereikbare punt: het begin van een kabelbaan, op 1900 meter, bovenstation 2500 meter. De informatie in de gids en op internet blinkt niet uit in duidelijkheid, maar alle bronnen repten van deze eerste fase als een nuttige, hoewel niet kostenloze stap op weg naar de 3300 meter hoge top. Niet duidelijk was of er überhaupt ook een voetpad was, maar zelfs al zou dat zo zijn (wat wel logisch leek), dan nog spaar je je energie liever voor de hogergelegen hoogtemeters. Die 30 euro pp hadden we dus al ingecalculeerd.

Etna trekt ons, maar trekken wij de Etna?
Er diende zich meteen wel een lastige keuze aan: hoe verder vanaf het bovenstation? Ook op dit punt bar weinig overzichtelijke informatie gevonden: er zouden jeeps verder naar boven rijden (nog eens 32 euro pp), tot zo'n 2900 meter - maar dan? Gewag werd gemaakt van excursies-met-gids naar de top, maar was dat nodig? Was het haalbaar? De twijfels sloegen acuut toe toen we bij het oprijden van de overigens nog zeer lege parkeerplaats onmiddellijk werden aangesproken door een verkoper van precies die excursies. Twijfel, twijfel. Haalt de verschrompelde rechterlong van Elise het wel? Trekt mijn achillespees het? Van die dingen. Liever had ik de keus uitgesteld tot op z'n vroegst het bergstation, maar ons werd verteld dat we zo'n excursie hier moesten boeken. Twijfel, twijfel. Eén van de minder prettige aspecten van Italië, en zeker Sicilië, is dat je voortdurend het gevoel hebt dat je op je hoede moet zijn om niet voor het lapje gehouden te worden. Zou er tien meter verderop niet een betere deal te krijgen zijn? Twijfel. De gids verzekerde ons, vooral Elise, dat we hééél langzaam zouden gaan. De beschijving van de excursie vermeldde "medium/hard". Twijfel.

De jeepvloot
Uiteindelijk gingen we voor de hoofdprijs: de top van de berg, 85 euro pp. Dat zou een trip van 6 uur worden, niet misselijk natuurlijk, in een gegidste groep van 20 personen: vijf Russen (waarvan er later tenminste twee Wit- bleken te zijn), zeven Spanjaarden, zes Nederlanders en nog wat los spul. Vertrek 10:30; tijd genoeg om ons moed in te drinken met een kop koffie. Niet meer dan een kwartier te laat vertrokken we: kabelbaan, jeep (meer een soort busje op een stoer onderstel), daarna Het Grote Wandelavontuur.

Die Elise auf der Etna
De ene vulkaan is de andere niet. We hebben er in de loop van de tijd al redelijk wat bezocht: op Java, IJsland, Lanzarote, Madeira (enkel een heel oude lavatunnel), nu hier. Maar hoewel de Bromo en de Hekla na ons bezoek weer overtuigend tot leven zijn gekomen, is Etna de eerste vulkaan die we bezocht hebben terwijl ze actief is. Want dat heb ik niet eerder beseft: Dame Etna staat te boek als actieve vulkaan - wat heet, in mei dit jaar (twee maanden geleden!) gaf ze nog een optreden ten beste.

Geel van het zwavel
Herkenbaar was in ieder geval het zwarte panorama. Gestolde lava is zwart. Behalve waar hij rood is van de roest, of wit van het calcium, of geel van het zwavel. Hier in ieder geval overheersend zwart. Ons pad voerde eerst over zwart zand, toen over zwarte puimsteenkeien met diameter tussen de 5 en 30 cm. Puimsteen is steen dat een examen als spons heeft gedaan maar daar keihard voor is gezakt. Val niet, want één van de karakteristieken van spons waaraan puimsteen niet voldoet is dat het zacht is en geen gaten in je maakt. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, want een echt pad was er niet, alleen een spoor waar de doorsnee-puimsteen-doorsnee 5 cm was in plaats van 30.

E vero: lava over ijs
Deze puimsteenfase duurde gelukkig niet lang, anders weet ik niet of het hele clubje de wandeling tot een goed einde had gebracht. Het gezelschap bevatte een aantal leden wier wandelcapaciteiten een stuk lager in te schatten waren dan die van Elise, hoewel ze daar vermoedelijk zelf minder aan twijfelden. Vrij abrupt waren we terug op (zwart) kiezel. Merkwaardig genoeg leek daar op plekken ijs doorheen te schijnen, en even later was er geen twijfel meer mogelijk: we liepen over lava dat over een sneeuw- of ijsvlakte lag. Niet goed te bevatten, maar 's winters is dit een skigebied, en een winterse Etna-uitbarsting kan dus prima een sneeuwlaag bedelven. Weg sneeuw zou je denken, 1000 graden moet genoeg zijn; maar waar moet die sneeuw naar toe? De intuïtie laat ons hier in de steek: hoe kan je je een beeld vormen van dat soort omstandigheden, en de krachten die daarbij vrijkomen?

Op IJsland hebben we 50 tot 100 meter diepe kloven en rivierbeddingen gezien die, naar ons verteld werd, in de loop van uren (sic) zijn uitgesleten door water dat was vrijgekomen bij een onder-gletscherse vulkaanuitbarsting. Onvoorstelbaar. Zo kan kennelijk een laag ejecta een laag ijs bedekken en vervolgens isoleren. Onvoorstelbaar. Deze zwarte kiezel was een paar jaar oud; de grotere puimstenen waren van vorig jaar of het jaar daarvoor. Dat verklaarde ook de plotselinge overgang van één soort ondergond naar de vorige: lavastroompje van 1, 2, 5, 10 jaar oud. Zo snel gaat dus ook de erosie: de sponsachtige gaten van puimsteen, overigens veroorzaakt door het krimpen van een stuk steen onder afkoeling van 1000 graden tot 20 graden, zorgen voor vatbaarheid voor weer en wind waar zandsteen een puntje aan kan zuigen; in een paar jaar van respectabele brokken steen, goed voor beenbreuken en vleeswonden, tot miezerig kiezel, en daarna zand. Tot stof zult gij weerkeren. Maar wel zwart stof.

Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet
De gids hield zich aan zijn woord en een laag tempo. Vóór ons liep een andere groep, niets sneller dan wij. Een kleine vierhonderd meter in 90 minuten: ik hield me ondeweg bezig met omrekenen, dat is 4 meter per minuut, 10 centimeter per seconde. Eén traptrede is 25 cm (of is het 30?), dus als je 90 minuten lang elke 3 seconden één traptrede neemt ben je er. Het leek me dat wij langzamer gingen. Maar dat was prima zo. Ik had een dag eerder op TripAdvisor een recensie gelezen van deze zelfde excursie waarin de recensent klaagde over een veel te haastige gids, die iedereen achter zich liet. Misschien had onze Pietro (goede naam voor een bergexcursiegids) die recensie ook gelezen, en zich voorgenomen dat zoiets nooit over hem geschreven zou worden. Alle lof, hij had de groep goed ingeschat.

Honderden meters diep/tientallen kilometers ver
Zonder buiten adem te raken bereikten we hoogten waarop de omgeving steeds bijzonderder werd. Een opening bood ons zicht op de caldera waarvan we uiteindelijk de rand wilden bereiken. Nou ja, zicht; we zagen vooral opstijgende wolken die (zoals onze neus en keel ons vertelden) onmiskenbaar uit zwavelgassen bestonden. Vraag beantwoord: ja, Etna staat de hele dag te paffen, daar komt geen waterdamp aan te pas. Een vijftig meter hoger bereikten we de rand zelf, en ontvouwde zich een moeilijk te bevatten panorama. Caldera van zeker honderd meter doorsnee en vele malen dieper (onmogelijk goed in te schatten, geen referentie en slecht zicht vanwege veel zwavel in de lucht); draai je om en je kijkt drie kilometer omlaag en vijftig kilometer ver. Zo ver zuidelijk op het halfrond is de lucht nooit echt helder (een jammerlijk verschil met IJsland), maar op onze hoogte was dat alweer een stuk beter dan op zeeniveau. Dus: prachtig uitzicht naar het zuiden, oosten en noorden van Sicilië; draai je om en je kijkt recht naar beneden naar het middelpunt der aarde, al is het zicht aan die kant nog een stuk minder.

Immer die Schulter zum Tal!
Nieuwe vraag: waarom liet Jules Verne zijn helden door de Stromboli uitspugen en niet door Etna?

Na een kwartier onze ogen goed de kost te hebben gegeven was het alweer tijd voor de afdaling. Een heel andere techniek dan klimmen: het (zwarte) grint en kiezel ligt los en heeft een hoge statische maar een lage dynamische wrijvingscoëfficiënt. Oftewel: als je een beetje vaart hebt gaat het glijden, en als je meeglijdt en je evenwicht houdt ben je in no time beneden. Elise heeft het skieën afgezworen, maar gleed mee als de beste.

Hoewel stoer gekleed, met hero stubble en bandana waar Erik Geurts jaloers op zou zijn, hield Pietro de boel prima in de gaten en bij elkaar, en laste hij op een geschikt moment een (late) lunchpauze en zelfs een toiletstop in (dames rechtsaf, heren linksaf, de rest even wachten graag). De toiletten zelf kon hij weliswaar niet zo snel regelen, maar ongeveer de enige sponstest waarvoor lava wél slaagt is vochtopname, dus no problemo.

Pietro: daar kan je op bouwen
Zwart op zwart
In de prijs van onze excursie was het voorrecht inbegrepen om in plaats van de jeep te nemen het stuk naar beneden te lopen (tot kabelbaan). Iedereen was vermoeid geraakt en sommigen hadden graag van dat voorrecht afgezien, maar ook dit stuk was de moeite waard. Een dode krater, nader toegelichte zwart-op-zwart vergezichten (tot daar kwam de uitbarsting van 1976, daar 1992, daar 2002), meer skihellingen, de eerste vegetatie (shocking yellow). Pietro bewees nog een keer zijn waarde door een recent geopereerde Spaanse knie te ondersteunen. (Es war ein Knie, sonst nichts.) Het was inderdaad zes uur later toen we bij het bergstation aankwamen, de lift zou een half uur later al sluiten.

Dame Edna
Verder geen avonturen. Moe maar voldaan nuttigden E en ik nog een koffie en een ijsje waar we ook begonnen waren. Naar beneden piepte de auto nog in paniek dat-ie geen benzine meer had, maar tenzij er echt maar 30 liter ingaat was dat een voorbarig signaal, en sowieso snel verholpen na de afdaling over de (trouwens in uitstekende staat verkerende) alweer zeer rustige weg. Je zou haast denken dat er vandaag verder niemand bij Dame Etna op de koffie is gegaan.

No comments:

Post a Comment