Friday, 31 July 2015

31 juli: Ancora niente

Een gezel in de familie
Na alle actie van gisteren weer hoog tijd voor een dag van niks. Zo blijft er nog wat over voor week 2. En niet onbelangrijk, zo raak ik niet tever achter met deze blog. (Want het moge duidelijk zijn, vakantie vieren doe je niet voor nu maar voor later, om met weemoed aan terug te denken - en daarvoor is het noodzakelijk de geauthoriseerde versie van de waarheid zo snel mogelijk in bits en bytes vast te leggen.)

Hier zou misschien het ironieteken op zijn plaats zijn, maar gij, lezers en lezeressen van deze blog, hebt zoiets gelukkig niet nodig. Dit in tegenstelling tot mijn studenten, zoals ik afgelopen kwartiel merkte toen een ironisch bedoelde email-boodschap tot tamelijk boze reacties leidde.

Over studenten gesproken: Willem-Jan zit sinds vanmiddag even tussen twee studies: Bachelor keurig afgerond (vóór 1 augustus: belangrijk!), Master begint per 1 september.

Ik dwaal af, omdat er over vandaag weinig te vertellen valt, tenminste het gedeelte tot 19:00 uur. Ik ben het snelst klaar als ik het verschil beschrijf met eergisteren: een delta, in Informatica-jargon.
  • Elise ging vandaag geen boodschappen doen.
  • Ik heb niet alleen WordFeud gespeeld maar ook blog geschreven.
  • Het gelezen boek (maar bij lange na niet uitgelezen, in feite nog nauwelijks begonnen) was een ander: Reamde, van Neil Stephenson. Zó dik (en slecht gelijmd) dat de pagina's bij bladzijde 10 al los beginnen te laten. Dat bevordert de leesvreugde niet.
  • Het was zo goed als windstil. We hebben bij het zwembad een poging tot spelletje gedaan, tot het toch een beetje begon te waaien en de Kolonisten-van-Catan-kaartjes weggeblazen werden. Jammer, ik stond op winnen.
  • De wind was een voorbode voor een kort onweer, dat zich overigens uitsluitend op zee voltrok. Ik denk dat Dame Etna vandaag niet zo'n goede bui had - vanuit ons appartement net niet te zien, maar daar kwamen de wolken wel vandaan.
  • Het brandje 's avonds was op een andere bergtop.
Aan de blog!
Tussen het voorlaatste  item (19:00 uur) en het laatste (23:00 uur) bevond zich dan toch nog een vermeldenswaardig avontuurtje, dat begon met een idee van Elise om nu eens niet in Taormina te gaan eten, maar in een ander stadje (op rijdafstand): namelijk Savoca, door onze reisgids geïdentificeerd als plaats waar (een deel van) The Godfather is opgenomen. Ik heb altijd gedacht dat dat daadwerkelijk in Corleone was, maar nee. Savoca (klemtoon op de eerste a) ligt hier maar 20 km vandaan, iets noordelijker en iets landinwaarts.

Onze TomTom, waarover ik me al eerder negatief heb uitgelaten, bleek heel aparte ideeën te hebben over de snelste weg naar Savoca. Het begon ermee dat we na een onschuldig stuk kustweg de aanwijzing kregen rechtaf te gaan waar geen afslag was, tenminste geen gelijkvoerse: de weg die de onze kruiste, en waarvan het aannemelijk was dat we die moesten volgen, lag zo'n tien meter hoger. Dat redt onze Citroën niet; dus maar rechtsomkeert en via een meer geëigende route de bedoelde weg op. Even later werd het nog spannender: we werden kleinere en kleinere weggetjes opgestuurd, tot we voor een pad stonden dat met de beste wil van de wereld niet meer verhard kon worden genoemd, maar wel erg smal, steil en bochtig. Tom en zijn tweelingbroer volhardden in het wijzen van juist die weg, en waren geen van beiden op andere gedachten te brengen.

Interrottaweg
Er restte weinig anders dan in de invallende schemering een eindje terug te rijden en een lokalo te vragen hoe we het beste naar Savoca kwamen. Het antwoord liet niets aan duidelijkheid te wensen over: die weg daar, dan sempre dritto. Goed, wij sempre dritto, ons niets aantrekkend van een hek met een bord: "strada interrotta". Niets mee te maken, wij reden hier met de authoriteit van een lokale expert, die interrupties waren natuurlijk de gaten over de halve weg die we al snel tegenkwamen. Of... nou... houdt de weg daar op? Is dat een steenlawine dwars over de weg? Ehh... ja, daar lijkt het wel erg op. Dat heeft bar weinig meer met strada te maken.

Het heeft niet bijster veel zin te speculeren of onze lokalo al drie jaar zijn dorp niet uitgekomen is (mijn schatting van de leeftijd van deze aardverschuiving) of ons domme toeristen voor de gek wilde houden. We keerden andermaal om, reden nu helemaal terug naar de kust en namen een eindje verderop de normale weg, die overigens ook best fatsoenlijk bewegwijzerd bleek te zijn, met bordjes "Savoca: Het Mooiste Dorp van Sicilië". Vanwege het inmiddels defintief ingevallen duister viel dat voor ons helaas niet meer te controleren toen we er tien haarspeldbochten later aankwamen. We waren allang blij dat we zonder verdere avonturen een open restaurant vonden in het nogal uitgestorven aandoende dorp. Een Tagliatelle Venkel respectievelijk Lasagne al Forno later namen we snel de benen naar ons eigen, nooit uitgestorven Taormina.

30 juli: Dame Etna

Er bovenop (was de jas toch nog ergens goed voor)
Vandaag een absoluut hoogtepunt: het beklimmen van de Etna. We hadden haar natuurlijk al dagenlang van een afstand bewonderd: ongenaakbaar, ruim twee kilometer hoger dan al die andere heuveltjes en dwergbergjes. De eerste dagen veelal met het hoofd in de wolken, maar tijdens de rit naar Syracuse en ook tijdens de niksdag gisteren was ze helemaal in beeld, met een silhouet dat dusdanig stereotiep vulkaanachtig was dat ik geneigd was te denken: Ja toe maar, we hebben het begrepen, doe nou maar weer normaal. Zelfs het kleine wolkje vanuit de top ontbrak niet. Ik was trouwens wel benieuwd wat dat nu was: waterdampwolk of industrieel afval uit het binnenste der aarde?

Dalstation, 's morgens in de vroegte
Om optimaal gebruik te maken van de tijd en eventuele drukte voor te zijn vertrokken we tegen achten. Hoewel we andermaal ontdekten dat bewegwijzering hier meer een soort dilettantische hobby is dan een serieuze roeping, kwamen we zonder al te grote omwegen kort na negenen bij het voor de auto hoogst bereikbare punt: het begin van een kabelbaan, op 1900 meter, bovenstation 2500 meter. De informatie in de gids en op internet blinkt niet uit in duidelijkheid, maar alle bronnen repten van deze eerste fase als een nuttige, hoewel niet kostenloze stap op weg naar de 3300 meter hoge top. Niet duidelijk was of er überhaupt ook een voetpad was, maar zelfs al zou dat zo zijn (wat wel logisch leek), dan nog spaar je je energie liever voor de hogergelegen hoogtemeters. Die 30 euro pp hadden we dus al ingecalculeerd.

Etna trekt ons, maar trekken wij de Etna?
Er diende zich meteen wel een lastige keuze aan: hoe verder vanaf het bovenstation? Ook op dit punt bar weinig overzichtelijke informatie gevonden: er zouden jeeps verder naar boven rijden (nog eens 32 euro pp), tot zo'n 2900 meter - maar dan? Gewag werd gemaakt van excursies-met-gids naar de top, maar was dat nodig? Was het haalbaar? De twijfels sloegen acuut toe toen we bij het oprijden van de overigens nog zeer lege parkeerplaats onmiddellijk werden aangesproken door een verkoper van precies die excursies. Twijfel, twijfel. Haalt de verschrompelde rechterlong van Elise het wel? Trekt mijn achillespees het? Van die dingen. Liever had ik de keus uitgesteld tot op z'n vroegst het bergstation, maar ons werd verteld dat we zo'n excursie hier moesten boeken. Twijfel, twijfel. Eén van de minder prettige aspecten van Italië, en zeker Sicilië, is dat je voortdurend het gevoel hebt dat je op je hoede moet zijn om niet voor het lapje gehouden te worden. Zou er tien meter verderop niet een betere deal te krijgen zijn? Twijfel. De gids verzekerde ons, vooral Elise, dat we hééél langzaam zouden gaan. De beschijving van de excursie vermeldde "medium/hard". Twijfel.

De jeepvloot
Uiteindelijk gingen we voor de hoofdprijs: de top van de berg, 85 euro pp. Dat zou een trip van 6 uur worden, niet misselijk natuurlijk, in een gegidste groep van 20 personen: vijf Russen (waarvan er later tenminste twee Wit- bleken te zijn), zeven Spanjaarden, zes Nederlanders en nog wat los spul. Vertrek 10:30; tijd genoeg om ons moed in te drinken met een kop koffie. Niet meer dan een kwartier te laat vertrokken we: kabelbaan, jeep (meer een soort busje op een stoer onderstel), daarna Het Grote Wandelavontuur.

Die Elise auf der Etna
De ene vulkaan is de andere niet. We hebben er in de loop van de tijd al redelijk wat bezocht: op Java, IJsland, Lanzarote, Madeira (enkel een heel oude lavatunnel), nu hier. Maar hoewel de Bromo en de Hekla na ons bezoek weer overtuigend tot leven zijn gekomen, is Etna de eerste vulkaan die we bezocht hebben terwijl ze actief is. Want dat heb ik niet eerder beseft: Dame Etna staat te boek als actieve vulkaan - wat heet, in mei dit jaar (twee maanden geleden!) gaf ze nog een optreden ten beste.

Geel van het zwavel
Herkenbaar was in ieder geval het zwarte panorama. Gestolde lava is zwart. Behalve waar hij rood is van de roest, of wit van het calcium, of geel van het zwavel. Hier in ieder geval overheersend zwart. Ons pad voerde eerst over zwart zand, toen over zwarte puimsteenkeien met diameter tussen de 5 en 30 cm. Puimsteen is steen dat een examen als spons heeft gedaan maar daar keihard voor is gezakt. Val niet, want één van de karakteristieken van spons waaraan puimsteen niet voldoet is dat het zacht is en geen gaten in je maakt. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, want een echt pad was er niet, alleen een spoor waar de doorsnee-puimsteen-doorsnee 5 cm was in plaats van 30.

E vero: lava over ijs
Deze puimsteenfase duurde gelukkig niet lang, anders weet ik niet of het hele clubje de wandeling tot een goed einde had gebracht. Het gezelschap bevatte een aantal leden wier wandelcapaciteiten een stuk lager in te schatten waren dan die van Elise, hoewel ze daar vermoedelijk zelf minder aan twijfelden. Vrij abrupt waren we terug op (zwart) kiezel. Merkwaardig genoeg leek daar op plekken ijs doorheen te schijnen, en even later was er geen twijfel meer mogelijk: we liepen over lava dat over een sneeuw- of ijsvlakte lag. Niet goed te bevatten, maar 's winters is dit een skigebied, en een winterse Etna-uitbarsting kan dus prima een sneeuwlaag bedelven. Weg sneeuw zou je denken, 1000 graden moet genoeg zijn; maar waar moet die sneeuw naar toe? De intuïtie laat ons hier in de steek: hoe kan je je een beeld vormen van dat soort omstandigheden, en de krachten die daarbij vrijkomen?

Op IJsland hebben we 50 tot 100 meter diepe kloven en rivierbeddingen gezien die, naar ons verteld werd, in de loop van uren (sic) zijn uitgesleten door water dat was vrijgekomen bij een onder-gletscherse vulkaanuitbarsting. Onvoorstelbaar. Zo kan kennelijk een laag ejecta een laag ijs bedekken en vervolgens isoleren. Onvoorstelbaar. Deze zwarte kiezel was een paar jaar oud; de grotere puimstenen waren van vorig jaar of het jaar daarvoor. Dat verklaarde ook de plotselinge overgang van één soort ondergond naar de vorige: lavastroompje van 1, 2, 5, 10 jaar oud. Zo snel gaat dus ook de erosie: de sponsachtige gaten van puimsteen, overigens veroorzaakt door het krimpen van een stuk steen onder afkoeling van 1000 graden tot 20 graden, zorgen voor vatbaarheid voor weer en wind waar zandsteen een puntje aan kan zuigen; in een paar jaar van respectabele brokken steen, goed voor beenbreuken en vleeswonden, tot miezerig kiezel, en daarna zand. Tot stof zult gij weerkeren. Maar wel zwart stof.

Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet
De gids hield zich aan zijn woord en een laag tempo. Vóór ons liep een andere groep, niets sneller dan wij. Een kleine vierhonderd meter in 90 minuten: ik hield me ondeweg bezig met omrekenen, dat is 4 meter per minuut, 10 centimeter per seconde. Eén traptrede is 25 cm (of is het 30?), dus als je 90 minuten lang elke 3 seconden één traptrede neemt ben je er. Het leek me dat wij langzamer gingen. Maar dat was prima zo. Ik had een dag eerder op TripAdvisor een recensie gelezen van deze zelfde excursie waarin de recensent klaagde over een veel te haastige gids, die iedereen achter zich liet. Misschien had onze Pietro (goede naam voor een bergexcursiegids) die recensie ook gelezen, en zich voorgenomen dat zoiets nooit over hem geschreven zou worden. Alle lof, hij had de groep goed ingeschat.

Honderden meters diep/tientallen kilometers ver
Zonder buiten adem te raken bereikten we hoogten waarop de omgeving steeds bijzonderder werd. Een opening bood ons zicht op de caldera waarvan we uiteindelijk de rand wilden bereiken. Nou ja, zicht; we zagen vooral opstijgende wolken die (zoals onze neus en keel ons vertelden) onmiskenbaar uit zwavelgassen bestonden. Vraag beantwoord: ja, Etna staat de hele dag te paffen, daar komt geen waterdamp aan te pas. Een vijftig meter hoger bereikten we de rand zelf, en ontvouwde zich een moeilijk te bevatten panorama. Caldera van zeker honderd meter doorsnee en vele malen dieper (onmogelijk goed in te schatten, geen referentie en slecht zicht vanwege veel zwavel in de lucht); draai je om en je kijkt drie kilometer omlaag en vijftig kilometer ver. Zo ver zuidelijk op het halfrond is de lucht nooit echt helder (een jammerlijk verschil met IJsland), maar op onze hoogte was dat alweer een stuk beter dan op zeeniveau. Dus: prachtig uitzicht naar het zuiden, oosten en noorden van Sicilië; draai je om en je kijkt recht naar beneden naar het middelpunt der aarde, al is het zicht aan die kant nog een stuk minder.

Immer die Schulter zum Tal!
Nieuwe vraag: waarom liet Jules Verne zijn helden door de Stromboli uitspugen en niet door Etna?

Na een kwartier onze ogen goed de kost te hebben gegeven was het alweer tijd voor de afdaling. Een heel andere techniek dan klimmen: het (zwarte) grint en kiezel ligt los en heeft een hoge statische maar een lage dynamische wrijvingscoëfficiënt. Oftewel: als je een beetje vaart hebt gaat het glijden, en als je meeglijdt en je evenwicht houdt ben je in no time beneden. Elise heeft het skieën afgezworen, maar gleed mee als de beste.

Hoewel stoer gekleed, met hero stubble en bandana waar Erik Geurts jaloers op zou zijn, hield Pietro de boel prima in de gaten en bij elkaar, en laste hij op een geschikt moment een (late) lunchpauze en zelfs een toiletstop in (dames rechtsaf, heren linksaf, de rest even wachten graag). De toiletten zelf kon hij weliswaar niet zo snel regelen, maar ongeveer de enige sponstest waarvoor lava wél slaagt is vochtopname, dus no problemo.

Pietro: daar kan je op bouwen
Zwart op zwart
In de prijs van onze excursie was het voorrecht inbegrepen om in plaats van de jeep te nemen het stuk naar beneden te lopen (tot kabelbaan). Iedereen was vermoeid geraakt en sommigen hadden graag van dat voorrecht afgezien, maar ook dit stuk was de moeite waard. Een dode krater, nader toegelichte zwart-op-zwart vergezichten (tot daar kwam de uitbarsting van 1976, daar 1992, daar 2002), meer skihellingen, de eerste vegetatie (shocking yellow). Pietro bewees nog een keer zijn waarde door een recent geopereerde Spaanse knie te ondersteunen. (Es war ein Knie, sonst nichts.) Het was inderdaad zes uur later toen we bij het bergstation aankwamen, de lift zou een half uur later al sluiten.

Dame Edna
Verder geen avonturen. Moe maar voldaan nuttigden E en ik nog een koffie en een ijsje waar we ook begonnen waren. Naar beneden piepte de auto nog in paniek dat-ie geen benzine meer had, maar tenzij er echt maar 30 liter ingaat was dat een voorbarig signaal, en sowieso snel verholpen na de afdaling over de (trouwens in uitstekende staat verkerende) alweer zeer rustige weg. Je zou haast denken dat er vandaag verder niemand bij Dame Etna op de koffie is gegaan.

29 juli: Assolamente niente

Niets
Dit was zo'n lange dag waarover je achteraf kort kunt zijn: he-le-maal niets gedaan. Vervolgens kan ik natuurlijk toch niet laten om in detail te beschrijven waaruit dat niets bestond...

Niets is: ontbijtje bestaande uit oploskoffie, fruitjoghurt, een knäckebröd met een stukje Italiaanse kaas. Verder niets: warmte en eetlust gaan niet samen.

Niets is: Elise met de auto naar boven brengen, omdat niets haar teveel is (vooral traplopen niet) en ze met alle liefde op zoek gaat naar een paar niet al te verschrikkelijke T-shirts voor mij - het is bepaald dat ik er daar te weinig van bij me heb. (Gisteren waren de Leonardo-da-Vinci-T-shirts alleen tot L verkrijgbaar, anders was deze expeditie niet nodig geweest.)

Niets is: aan het zwembad hangend twintig WordFeud-potjes opstarten, om mijn rating weer een beetje op peil te krijgen. Daar kan je vervolgens met gemak de rest van de dag mee zoet zijn.

Niets is: tussen de woorden door een boek helemaal uitlezen. (Raising Steam, de laatste van de helaas te vroeg overleden Pratchett, jammer genoeg niet bepaald zijn beste.) (Net nog even de waarheid van deze bewering gecheckt en gelezen dat er nog één boek posthuum zal verschijnen.)

Niets is: na terugkomst ven E (verrassend genoeg alleen T-shirts gekocht, en restaurantjes gescout) een zakje crackers met gedroogde tomaten soldaat maken.

Niets is: om het half uur het zwembad opzoeken voor koststondige verkoeling, en daarna de ligstoel verzetten omdat de schaduw alweer in volle zon is veranderd.

Al met al beviel niets goed.

Toen was het morgen geweest, en het was avond geweest: de vierde dag. Er moest alleen nog gegeten worden, maar hier kwam Elise's vanochtend opgedane expertise goed van pas. Nu toch maar lopend (voor Herman: 65 + 44 + 153 treden) waagden we ons in het avondlijk gedrang. De barre tocht omhoog werd verlevendigd door een heidebrandje op een berghelling direct voor onze neus, van deze afstand (een halve kilometer?) best indrukwekkend met metershoge vlammen en niet de minste neiging geblust te worden. Wat ze al niet doen om de toerist te vermaken! In het stadje hielpen steltlopers, levende standbeelden, een goed getroffen Captain Jack Sparrow en portretschilders het straatbeeld te ontsnappen aan de volkomen monotonie van schoenenwnkels, kledingwinkels, juweliers, tassenwinkels, brillenwinkels, make-up-winkels, en natuurlijk de onontbeerlijke souvenirwinkels, gelaterias en restaurants.

Het uiteindelijk gekozen restaurant onderscheidde qua aanbod zich in weinig van al die andere, maar bood wel uitzicht op een een pleintje (van de 9e april, ze zijn hier gek op data als straatnamen) met portretschilders in actie. Daar waren de prijzen vermoedelijk op aangepast, maar who cares? We vermaakten ons best en lieten het breed hangen. En zo kwam ook aan niets een einde.


Wednesday, 29 July 2015

28 juli: Eureka!

Graftombe van Archimedes, misschien
De titel van deze blog was onvermijdelijk gezien onze bestemming vandaag: Syracuse, een stuk zuidelijker gelegen aan hetzelfde stuk kust. Terug naar Catania en dan nog een keer net zover. Vooral bekend (althans bij mij) als de woonplaats van de wis- en natuurkundige Archimedes, hij van de wet en het naaktlopen, zo'n drie eeuwen voor Christus. Jammerlijk om het leven gebracht door wat onoplettende, niet in wiskunde geïnteresseerde soldaten, hoewel ze nu juist opdracht hadden hem in leven te laten. Zijn naar verluidt laatste woorden, "laat mijn cirkels met rust" zijn van al net zo twijfelachtige historische waarde als het "ook gij, Brutus" van Julius Ceasar een paar eeuwen later - maar wat doet het ertoe, liever een goed verhaal dan droge feiten.

We vertrokken enigszins tijdig, na gisteren gezien te hebben dat dat goed is voor de drukte. De toegang tot de stad werd nog wel bemoeilijkt door een uit het niets opdoemende file, oorzaak onbekend; maar relatief probleemloos bereikten we onze eerste bestemming, het Parco Archeologico met weer een Grieks amfitheater, dit het grootste van Europa (zegt men), Griekenland zelf niet uitgesloten. Nou, dat mag wel wezen, maar blasé als wij zijn vonden we het niet zeer indrukwekkend: dat van "ons" Taormina ligt mooier, en puur op basis van aantal stoelen zijn die van Pergamon en Efeze in Turkije toch aanzienlijk groter. Met dank overigens ook aan de Spanjaarden (zie mijn opmerking gisteren over bezetters van Sicilië) die het amfitheater hebben gebruikt als steengroeve voor hun paleizen op het eilandje Ortigia, dat in het begin (5 eeuwen voor Christus) en later weer (late middeleeuwen) alles was waaruit Syracuse bestond.

Amfitheater Syracuse: hot, hot, hot!
Het Parco Archeologico bestond verder uit een Romeins amfitheater, gesloten vanwege renovatie, en de tombe van Archimedes. Daarheen voerde een kronkelpad dat ook nog langs een Romeins badhuis en enkele niet nader verklaarde kerkachtige bouwselen voerde, en ons zeer plotseling weer uitliet op een geasfalteerde straat, zonder dat we de bedoelde tombe ook daadwerkelijk gezien hadden. Navraag leerde dat deze het middelpunt vormde van een verder met hekken omgeven gebied met eerbiedwaardig puin, direct bij de uitgang van het Parco. Een béétje meer publieksvriendelijkheid zou hier niet misstaan... hoeft niet meteen Disney te zijn, maar gewoon dat je weet waar je naar kijkt.

Domplein Origia (Syracuse)
Onze volgende stop was datzelfde eiland Ortigia. Opnieuw een duik in het verkeer, gevolgd door eerst een koffie; daarna dwalen door de straten vol monumentale gebouwen. Hoogtepunt: het plein met de Dom. Het puilde niet bepaald uit van de touristen. De weinigen die er waren werden door een accordeoniste ontvangen met de hier alomtegenwoordige Godfather-themamuziek. Niet duidelijk of hier erg veel mensen wonen; in de gids staat dat het allemaal erg vervallen is geweest en pas toen het onder de auspiciën van de UNESCO World Heritage kwam langzaam weer gerestaureerd is.

Onderweg zagen we een poster voor een Leonardi-da-Vinci-museum met een zaal gewijd aan Archimedes, waar ze vanaf de tekeningen en beschrijvingen van beide grootheden mechanieken en principes hadden nagebouwd. Dat was nog wel een leuke zijsprong: iedereen heeft denk ik wel eens een tekening van die drakenvleugels gezien, maar hoe zagen die er nou écht uit? Het was allemaal keurig van hout op schaal nagebouwd, sommige modellen interactief. Eens temeer bleek de veelzijdigheid van L.d.V., en hoewel Archimedes nooit schepen met spiegels in brand heeft gestoken (zoals onze reisgids niettemin klakkeloos vermeldt) had ook hij een onvoorstelbaar groot denkraam. ("Geef me een hefboom en ik zal de wereld bewegen".) Helaas geen badkuip-met-kroon.

Volgende halte: Noto. Noto van gehoord? Was voor mij ook een onbekende, maar voor cognoscenti van barok-architectuur moet dit klinken als een klok. We moeten dan terug naar 1693: een verwoestende aardbeving legt het zuidoosten van Sicilië plat. L'Aquila 1999 moet er niets bij geweest zijn. Maar in plaats van in zak en as te gaan zitten nam men in diverste plaatsen de kans te baat om nu eindelijk de zaak eens rationeel en rechtlijnig te herbouwen. (Ik heb laatst gelezen dat men dat ook in London wilde doen na de brand van 1666, maar er was teveel blijven staan om dat echt rigoureus door te voeren.) Aldus Noto: één stijl, één bouwmateriaal, rechte hoeken alom. Eén lange rechte straat voor de adel, één voor de kerken en het bestuur, één voor het klootjesvolk. Dat soort logica.

Goed, we zijn er geweest, we hebben het gezien, het was er warm. Gelukkig hadden ze er prima ijs. Het bouwmateriaal deed uiterlijk sterk denken aan zandsculpturen: precies diezelfde kleur, op de een of andere manier dezelfde consistentie. Verder spatte de bijzonderheid er voor ons niet vanaf, cultuurbarbaren die we ergens toch wel zijn.

Voetbalveld van Taormina
Bij het verlaten van de parkeerplaats klonk er een akelig schurend geluid bij het linkervoorwiel. Smal straatje, over het hoofd gezien dat er een hoge stoeprand langs liep. Bij controle naderhand bleek dat de wieldop er niet onbekrast is afgekomen. Dat wordt nog interessant bij het inleveren. Nu wel blij dat we het eigen risico afgekocht hebben.

Tijdens de thuisrit zagen we een hele reeks brandjes aan alle kanten, ook vloog er een blushelikopter over. Kennelijk een regelmatig terugkerend fenomeen in zomers Sicilië. Alsof het niet al warm genoeg is.

Terug in Taormina aten we ter afsluiting een pizzaatje met uitzicht op het lokale voetbalveld, dat als een Mordillo-tekening voor de helft op pijlers is gebouwd - waar haal je anders zoveel vierkante meters vlak terrein vandaan - en waar het idioot smalle weggetje naar Terra Rossa zich omheen kronkelt. De kabelbaan gaat er ook nog eens recht overheen, om het kwartier vier witte en vier rode eitjes. Het is woekeren met de ruimte hier, maar de derde dimensie wordt vol ingezet.

Tuesday, 28 July 2015

27 juli: Taormina bij hoog en bij laag

Teatro Antico, Taormina - wolkomfloerste Etna op de achtergrond
Doel van vandaag was om de directe omgeving te verkennen, te beginnen bij de oude Griekse restanten in het dorpje zelf, daarna een kasteel dat op een hoog boven het dorp uittorenende heuvel ligt en kennelijk ook op een respectabele leeftijd kan bogen.

Vanwege het volkomen gebrek aan aantrekkingskracht van een wandeling 300 meter omhoog (Castello, mijn schatting) in een temperatuur van >30 graden viel de keus snel op de auto. We waren vroeg genoeg om die ook even later weer kwijt te kunnen, en al snel togen we naar het oude Griekse amfitheater, het op één na grootste op Sicilië. Geef de Grieken een heuvel met geschikte hellinggraad en je krijgt een amfitheater. Het is een wetmatigheid: Hollander: molen; Egyptenaar: piramide; Griek: amfitheater. Deze was wel bijzonder bijzonder gesitueerd, met gelijktijdig zuidwaarts uitzicht op de kust en de Etna. We waren er beiden zo door gecharmeerd dat we onmiddellijk kaartjes kochten voor een live uitvoering van Don Giovanni. (Let wel: niet Domgiovanni en ook niet Di Bosco!) Uitvoering op 4 augustus 21:30; waarschijnlijk hebben we dan allang genoeg van het eiland dus hebben we iets om naar uit te kijken - en de begintijd biedt hoop op een aangename kijk- en luistertemperatuur.

Madonna della Rocca
Het tweede deel liep uit op een lichte teleurstelling aangezien het kasteel onbereikbaar bleek: de trap die de laatste 50 meter omhoog leidt vanaf de net iets lager gelegen Chiesa Madonna della Rocca was druk bezig gerestaureerd te worden. Ik kan er dus alleen uit tweede hand iets over zeggen: in ieder geval al in 902 als verdedigingswerk in gebruik bij een belegering door de Arabieren toen het even deel uitmaakte van het Byzantijnse rijk. (Sicilië is volgens mij door werkelijk alle aan de Middellandse zee grenzende landen wel eens bezet geweest.) Het heet dan ook wel Castello Saraceno. Maar de Madonna della Rocca zelf was ook een klein pareltje, hoewel van veel later datum (17e eeuw): gebouwd in een grot, die ook nu nog het plafond en een van de muren vormt.

Al met al goed dat we niet waren komen lopen, want dan was de teleurstelling allicht moeilijker te verkroppen geweest. Zoals de feiten nu lagen belette niets ons om ons heil nog een heuveltop hogerop te zoeken, in het dorpje Castelmola. Dit bestaat uit een plukje huizen dat op een van afstand bezien absurde manier op een heuvel, of zeg maar bergtop gekwakt is. De huizen hangen er zogezegd over de rand. Ik had het zaterdag al in de auto op weg van Catania naar T zien liggen en kon op dat moment mijn ogen niet geloven. Nu lag het binnen tufbereik, dus niet getreuzeld.

Castelmola
Zoals de naam natuurlijk al doet vermoeden, heeft ook Castelmola een kasteel. Jammer genoeg is daar nog minder over te vinden dan over het Castello Saraceno; zeg maar gerust niets. In ieder geval pietepeuterig klein, met een gestut muurtje en een slapend kanonnetje. De rest van het dorpje past daar goed bij. Wel meerdere hotels, Castelmola pikt een flinke schepel graan mee van Taormina kennelijk. Mooie plek, maar niet goed voor meer dan één nacht dunkt me. Van daaruit is het gevoel dat je op de top van de wereld leeft niet meer zo aanwezig. Wel een magnifiek uitzicht, onder meer op het eerder bezochte amfitheater (300 BC), de rotskerk (1700 AD) en het bijna bezochte saraceense kasteel (900 AD).

Theater, kasteel, kerk: Cultuur, oorlog, religie
Hoewel er even landinwaarts boven Castelmola nog weer een hogere bergtop prijkt, en er landen zijn waar zoiets zeker ook weer goed zou zijn geweest voor nog weer een kasteel, was het wat Taormina betrof hiermee basta. Misschien dat de altijd op de achtergrond aanwezige Etna daar iets mee te maken heeft: wat heeft het voor zin steeds hoger te bouwen als je daar toch niet tegenop kunt?

Slapend kanon in kasteel Castelmola
Op weg terug bleek dat we er goed aan hadden gedaan tijdig te vertrekken: het begon alweer aardig druk te worden op de zeer smalle wegen. Zie het als schouwspel en besef dat je alle tijd hebt, dan is rijden onder die omstandigheden een genoegen. Ander voordeel van onze matineuziteit: het was nog maar een uur of 2, prima moment voor een onderdompeling in het roodaardige zwembad. Boekje erbij, rond 4 uur worstje/kaasje erbij, het viel prima uit te houden.

Ons plan voor de dag was echter nog niet afgerond, en we wisten zowaar nog in de benen te komen voor de laatste etappe: een bezoekje aan het Isola Bella, een wat grandioze naam voor een kleine rotspunt die hier net voor de kust ligt en soms net wèl maar meestal net níet door een stukje strand met het vasteland (nou ja, Sicilië dus) verbonden is. Waaruit je zou kunnen concluderen dat er toch sprake is van getijden in de Middellandse zee, hoewel ik persoonlijk denk dat de wind hier meer mee te maken heeft. Hoe dat ook zij, dit keer daalden we na de al besproken 262 treden er nog eens 138 af tot zeeniveau. Helaas bleek het strand voornamelijk kiezel, hier en daar overgaand in gruis; het laatste materiaal troffen we aan na doorwaden van de 20 meter die op dat moment klein eiland en groter eiland scheidde, zodat er gelukkig toch nog even te liggen viel. Niet gerekend hadden we op het feit dat de oostkust van Sicilië al een flink stuk vóór zonsondergang in de schaduw komt te liggen, namelijk van de oostkust van Sicilië. Eigenlijk wel prima zo, na een paar uur zwembad was het toch wel verstandig eerst even de schade op te maken.

Vraag voor de lezers: wat betekent dit bord?
Onze bedoeling was ook om daar beneden een avondhap te nuttigen, maar dat bleek niet mee te vallen: te laat voor de strandgasten, te vroeg voor de stamgasten. Na even zoeken en de conflicterende eisen verzoenen vonden we een plekje, maar erg bevredigend was het niet. Het hoge Taormina heeft toch meer te bieden. Kan overigens best zijn dat het er beneden later op de avond weer wild aan toegaat, er stijgen diep in de nacht geluiden op die dat suggereren. De kabelbaan gaat tot 1:30 ('s nachts ja), daar zal het niet aan liggen. Dat soort tijden zitten er voor ons echter niet in: nog even een poging om bloggewijs niet al te ver achter te komen, daarna ging het licht uit.

26 juli: En nu... vakantie!

It's the hard knock life ...
Ik had Elise ons kamernummer ge-appt of misschien wel ge-SMSt, en de deur opengelaten. Om half 4 stommelde ze dan eindelijk binnen. Geen uur om meer dan "fijn dat je er bent" te zeggen; pas na ontwaken gehoord dat ze tot de laatsten behoorde die door het busje werden gedropt, vandaar nog een uur later dan mijn meest pessimistische schatting.

Tot de schaarse essentialia die ik gisteravond nog even had aangeschaft hoorde in ieder geval koffie (van de oplossoort), zodat ik om 8:00 uur en E tegen 11:00 tenminste in deze levensbehoefte konden worden voorzien. Ontbijt moest nog even op zich laten wachten, omdat vast voedsel geen deel uitmaakte van de zaken die ik in het miniscule winkeltje had aangetroffen. Met een avondmaaltijd om 9:00 uur en de temperatuur zoals die is, houdt de eetlust zich gelukkig redelijk koest.

De situatie op deze eerste officiële vakantiedag was helaas een kopie van 2009: toen moest ik eerst nog "even" het proefschrift van Karl-Heinz Pennemann beoordelen, nu gold hetzelfde voor het proefschrift van Daniela Remenska. Geeft natuurlijk ernstig te denken dat de eerste gelegenheid die ik vind om een substantiele hoeveelheid tijd aan één stuk door een proefschrift te lezen een dag is die in de administratieve leugen van het tijdregistratiesysteem van de universiteit te boek staat als vakantiedag. Onder protest, zogezegd; maar ja, gebeloofd is gebeloofd.

Koffie is uiteindelijk toch niet genoeg om de dag mee door te komen, vandaar dat we tegen de middag de 262 treden omlaag aanvaardden en onderaan een broodje nuttigden. Gevolgd door een kabelbaantje omhoog naar het centrum van Taormina, om dat ook eens gedaan te hebben en daar de faciliteiten te inspecteren. De laatste etappe was weer een voettocht oomlaag, terug naar de rode aarde. Via de via, geen prettige weg; dat moet sneller (en leuker) kunnen, er zijn vast nog onontdekte trappen.

... for us
Op mij lagen nog ettelijke hoofdstukken te wachten. Elise besteedde de tijd nuttiger door de koelkast verder te vullen met levensmiddelen. Dat vergde een autorit naar een supermarkt een plaatsje verderop, Giardini di Naxos ("De Tuinen van Naxos" maak ik ervan, Naxos is op zijn beurt de naam van de oudste Griekse nederzetting op Sicilië). Een hele tour, ook al vanwege de zeer gebrekkige hulp die onze GPS biedt, zoals al eerder vermeld. Maar gelukkig kwam ze uiteindelijk terug met indrukwekkende hoeveelheden kaas, worst, olijven, druiven, wijn, kortom, alles wat je voor een geslaagde Italiaanse vakantie nodig hebt. Ik kon daar alleen een honderdtal gelezen pagina's en een verkoelende duik in het zwembad tegenover stellen.

Vanaf de belvedère, bij schemer
Aan alles komt een einde (alleen de worst heeft er twee), ook aan een proefschriftreviewactie. Tegen achten kon ik mijn "alea iacta est" uitspreken - liever had ik "eureka" gezegd, maar dat zou inhoudelijk helemaal nergens op slaan, en het onlosmakelijk daaraan verbonden naaktlopen zou waarschijnlijk ook niet op prijs worden gesteld. In ieder geval het moment waarop ook mijn vakantie dan toch echt definitief begon. Dat vierden we door opnieuw de tocht naar boven te aanvaarden, dit keer via een inderdaad nog niet eerder ontdekte trap van 308 treden die naar een prachtig belvédère voerde. Nog net op tijd boven om ook daadwerkelijk van dat uitzicht te genieten: tegen negenen begint het serieus te schemeren. Onder andere ontdekten we dat we gemakkelijk van hieruit het Italiaanse vasteland konden ontwaren, of in ieder geval de lichtjes daarop - een blik op de kaart later liet zien dat dat inderdaad best kan, afstand misschien 30 km.

Eten op de trap (lichteffecten verzorgd door telefooncamera)
Taormina is waarschijnlijk het meest touristische plekje van Sicilië, maar hoewel het er druk was (drukker dan vanochtend) deed het geen afbreuk aan de idyllica. We vonden een leuk eetplekje op een trap (!): zoals E te pas en te onpas zegt, je zet een struik en een tafeltje buiten en je hebt een gezellige eetplek. Werkt alleen in Italië. We nuttigden beiden een risotto, één visrijke en één -arme. Aanrader. De weg naar beneden leverde nog meer nieuwe trappen op. Daarna een klein spelletje, en een snelle aftocht naar de plafondventilator.

Monday, 27 July 2015

25 juli: De rode aarde

Uitzicht vanaf het Terra Rossa appartementencomplex
We leven op dit moment twee dagen verder. Als je niet beter wist zou je kunnen denken dat het menselijk lichaam aan 30 graden gewend raakt en op een gegeven moment ophoudt signalen aan het brein door te geven dat dit geen weer is voor blanken. Ik kan natuurlijk niet met zekerheid zeggen dat dat niet zo is, maar wel dat dat moment nog niet aangebroken is. Ik ben bang dat er nog veel temperatuurgerelateerde tekst in deze blog terecht zal komen.

Zwembad: linksaf; appartement: rechtsaf
De rit van het vliegveld naar Taormina was weinig avontuurlijk. Pas aan het eind bleek dat het Nederlandse navigatiesysteem de weg in het plaatsje niet kende en me allerlei niet-bestaande weggetjes in wilde laten rijden. Wel meteen het hele centrum gezien: dat is net zo schilderachtig als in de brochure. Na een possje vruchteloos proberen bleek vervolgens dat ik mijn eigen zaakjes ook niet op orde had, aangezien de Via Don Giovanni di Bosco toch echt een andere is dan de Via Domgiovanni, al liggen ze dan ook in hetzelfde plaatsje. Na dat rechtgezet te hebben belandde ik, enkele onnavolgbare kronkels en een zeer smal en bochtig weggetje later, dan tenslotte toch bij het appartementencomplex, Terra Rossa, waar wij de komende twee weken zullen slijten.

De vorige lading Nederlanders had hun kamers nog niet verlaten, dus sleet ik wat tijd in de receptie, onder het genot van een internetverbinding. Aangezien die vorige lading Nederlanders, zich langzaamaan verzamelend in afwachting van het afhalende busje, in het vliegtuig naar huis moest dat op dat moment nog Elise naar Sicilië aan het brengen was, kon ik ze vertellen dat ze negentig, nee honderdtwintig minuten vertraagd zouden zijn. Dat wordt een latertje voor iedereen.

Tegen zevenen, een reeks laatste emails en een review verder, kon ik ons appartement betrekken. Schoon (weliswaar met enige zoekende mieren in de keuken) en uitgerust met het allernodigste, zoals waterkoker, koelkast en plafondventilator. Klein terrasje met een knoepert van een olijfboom pontificaal ervoor, helaas geen uitzicht dan op andere appartementen, wel zwembad op 15 meter. We zullen niet veel tijd binnen doorbrengen.

Het uitzicht vanuit hier is wonderschoon. Bij wijze van verkenning en om wat initiële boodschappen te doen en ook nog wat te eten te krijgen liep ik tegen achten richting zee. Dat zijn 262 neerwaartse treden tot de weg parallel aan de kust, dan nog een onbekend aantal tot de zee zelve; die heb ik voor deze avond gelaten voor wat ze waren, want een winkeltje en een restaurant waren alles wat ik op dat moment bliefde, en daarvoor waren geen verdere hoogtemeters nodig. Een goed uur later klauterde ik weer omhoog, in het donker inmiddels - een spaarzame lamp liet zien waar vermoedelijk treden waren. Elise was misschien inmiddels aan haar tussenstop in Palermo toe, maar ik na een goed gevulde reisdag aan bed + plafondventilator.

Sunday, 26 July 2015

25 juli 2015: Van de regen in de (zweet)drup

Nederland: Storm in Juli
Onze vakantie begint onder een vreemd gesternte. Op het moment van schrijven hangt Elise in de lucht, meer dan twee uur vertraagd, ergens tussen Amsterdam en Sicilië. Reden voor het oponthoud: Aeolus heeft zich in de maand vergist, of iemand heeft een zak wind open laten staan. Gejammer en geweeklaag: het regent, het is koud, is dit nu zomer? In ieder geval zorgen de weersomstandigheden ervoor dat E. hier vannacht rond 3 uur zal arriveren. Niet fijn.

En ik dan? Ben ik er dan al wèl? Inderdaad, een stuk eerder vandaag landde op Catania een vliegtuig uit Rome waarin een scherp observator mij had kunnen waarnemen. De TUI-transporter die straks Elise met nog twintig anderen diep in de nacht bij Terra Rossa, Taormina zal afzetten stond uiteraard op dat moment nog niet klaar, maar dat was ook helemaal niet de bedoeling: in plaats daarvan pikte ik de gereserveerde huurauto op en tufte, met hier en daar een TomTom-geïnspireerde omweg, door het dorre land naar de plaats van bestemming.

Tja, voor de derde keer in mijn leven voer ik een werkgerelateerde driepuntsvlucht uit. Schiphol - Malaga - Bordeaux - Schiphol telt misschien niet eens omdat ik eigenlijk gewoon twee retourtjes had geboekt, Schiphol - Malaga en Schiphol - Bordeaux, maar die gewoon niet helemaal heb uitgevoerd: beide vluchten hadden een overstap in Parijs, en daar ben ik dus inderdaad overgestapt, maar dan anders. Amsterdam - Nicosia - Dublin - Amsterdam was wel de meest bizarre van de drie, vooral omdat het verblijf in Ierland bijna korter was dan de ommelandse reis van Cyprus ernaartoe. En nu dus Schiphol - Rome - Catania - Schiphol, half werkgerelateerd maar, en voorsalsnog maar voor 2/3 uitgevoerd.

L'Aquila: Steigerkunst
Rome was het uitverkoren vliegveld omdat dat het dichtstbijzijnde is voor de eigenlijke bestemming: l'Aquila, gelegen op de rug van Italië, zo'n 700 meter boven Nieuw Amsterdams Peil. Waar het, in tegenstelling tot veel andere plaatsen in Italië, ook in de zomer redelijk koel pleegt te zijn: een half uurtje rijden er vandaan zijn skigebieden die tot in April open zijn. Maar waar de aarde ook een paar keer per eeuw nogal akelig kan beven. De laatste keer in 2009. Nou, dat is niemand van de conferentiegangers ontgaan: behalve in Berlijn, in de tijd dat daar de regering na de Wende weer haar intrek nam, heb ik nog nooit ergens zoveel hijskranen op een kluitje gezien. Maar het treurige was dat er eigenlijk nog tien keer zoveel nodig zullen zijn om echt orde op zaken te stellen: in het centrum geen gebouw dat niet hevig gestut wordt, ingepakt is in steigers en duidelijk onbewoonbaar. En inderdaad ook onbewoond: het hele centrum is verlaten, het is een spookstad die alleen 's avonds een beetje tot leven komt als de jeugd van l'Aquila, die toch ook iets moet, over de Corso Vittoria Emanuelle flaneert op weg naar de twee bars die daar open zijn, of op weg naar de Piazza del Duomo waar één ijscostandje open is dat de hele stad voorziet.

No smoking, please!
Maar goed, dat was werk, en dit is een vakantieblog. Ik wil alleen nog even vermelden dat de daar naar verluidt gebruikelijke koelte ver te zoeken was: geen dag waarop de 30 graden niet werd gepasseerd. Sicilië was kouder, werd me verteld. Enige pluspunt (of is minpunt hier beter op z'n plaats?) was dat het 's nachts wel prettig afkoelde. Vanochtend dus in de relatieve koelte de taxi naar de bus genomen, de bus naar het vliegveld, en het vliegtuig naar Catania, Sicilië. Om in stijl te blijven deed de airco van het vliegtuig zo z'n best dat hij onmiskenbare wolken condens uitstootte. Schijnt een feature van de Airbus A-320 te zijn.

Car By Sicily
Sicilië: op naar de huurauto. Een paar weken geleden een komkommertijdartikel over de onbetrouwbaarheid van autoverhuurbedrijven. Sicily By Car werd met name genoemd. Laten we daar nu toevallig net bij terecht gekomen zijn, via een tussenpersoon weliswaar die nu juist weer in hetzelfde artikel lof werd toegezwaaid. We zullen het zien: de dubieuze praktijken spelen zich vooral bij het inleveren af, wanneer allerlei krassen worden geconstateerd die de huurder veroorzaakt zou hebben, of de volle tank toch niet voor vol wordt aangezien. Voor nu kan ik alleen zeggen dat ik de auto bekrast heb meegekregen, wel volgetankt, met een losse GPS die op het oog aan vervanging toe is, en zoals ik later merkte, wat kaart betreft ook. Krassen die in ieder geval door niemand zijn genoteerd, want ik kreeg de sleutel in de hand gedrukt, mocht het barrel zelf opzoeken en er zo mee wegrijden.