Saturday, 8 August 2015

7 en 8 augustus: Laatste eindjes

Laatste eindjes
Ter herinnering: we zitten in een B&B-tje in Licata. Het traditioneel Italiaanse ontbijt, bestaande uit drie croissantjes met zoete substanties en een kopje koffie, liet even op zich wachten maar smaakte prima toen het arriveerde. Betaling per creditcard was niet mogelijk, en het bedrag op de rekening moest even aangepast worden aan wat ik per email bevestigd had gekregen, maar nadat die kleine hobbels overwonnen waren konden we op weg naar de Vallei van de Tempels bij Agrigento.

Tempel van Herakles
Gerekend vanaf de Villa Romana van gisteren, met 17 eeuwen toch ook op respectabele leeftijd, is dit nog eens bijna negen eeuwen terug in de tijd. Je kunt dat soort getallen noemen, maar een echt gevoel krijg ik er niet bij. Duidelijk is in ieder geval dat Sicilië een boel meer geschiedenis heeft dan ons eigen kikkerlandje (en dan heb ik het nog niet eens over Hengelo, dat twee eeuwen geleden domweg nog niet bestond). De tempels van de Vallei der Tempels zijn in de zesde eeuw voor Christus opgericht; één ervan is wonder boven wonder al die tijd overeind gebleven (in dit geval eens dankzij, en niet ondanks, het Christendom: het is een tijd lang een kerk geweest), van de anderen was genoeg over om er in ieder geval weer een paar pilaren van te herbouwen. Dit is alweer bijna een eeuw geleden gebeurd, en daarom op een manier die nu als onoordeelkundig wordt beschouwd, maar in de hoogte stekend spreekt zo'n oud stuk steen toch meer tot de verbeelding dan in een enorme puinhoop aan je voeten, dus ik kan mij daar niet over opwinden.

Tempel van Concordia, met gebroken engel ervoor (onverklaard)
De tempelresten zijn van een flinke afstand te bewonderen omdat ze, anders dan de naam zou doen vermoeden (en ook heel anders dan bijvoorbeeld de graven in de Vallei der Koningen bij Luxor) absoluut niet in een vallei liggen maar gewoon op heuveltoppen, zoals te doen gebruikelijk. Om er dichterbij te komen bleek lastiger dan verwacht, want in tegenstelling tot de bewegwijzerde en speciaal aangelegde faciliteiten bij de Villa Romana was hier geen enkel concept van het accomoderen van de toeristische horden door bijvoorbeeld met borden naar de ingang van het complex te leiden. Onze route er naartoe had daardoor veel weg van een wichelroede die pas na een paar passages naar het juiste punt wijst: eerst twee kilometer te ver de ene kant op, daarna een kilometer te ver de andere kant op, daarna de auto geparkeerd en nog eens vijfhonderd meter de verkeerde kant op, om tenslotte tot de ontdekking te komen dat de ingang zich goed verstopt op vijftig meter van de auto bevond. Op zo'n moment wreekt zich dat je vroeg bent en dus de grote massa's vooruit. Maar verbazen blijft het wel: hoewel in de top drie van de bekendste attracties van Sicilië, hecht niemand er voldoende belang aan om het ook enigszins professioneel te exploiteren - ook de kaartjesverkoper niet, die in bewegingssnelheid en mimiek duidelijk wist over te brengen dat hem er niets aan gelegen was om vandaag kaartjes te verkopen.

Akragas versus Agrigento
De vier bekendste tempels - Zeus, Heracles, Concordia, Hera - liggen over een as van zo'n twee kilometer lengte verspreid. Zoals gezegd op een heuvelrug, met daarvóór de oude stadswal van de plaats Akragas waarvan ze destijds deel uitmaakten. De rijkdom die het toeliet zulke grote en van economisch nut gespeende bouwwerken neer te zetten was te danken aan een gewonnen oorlog met Carthago, dat hier maar een zeeëngte vandaan ligt; het einde van die rijkdom werd ingeluid doordat de volgende oorlog, een eeuwtje later, verloren werd. Sic transit etc., maar dan in het Grieks.

Tempel van Hera
Het was andermaal erg heet - nee, je went er niet aan - dus de bijzonderheid en indrukwekkendheid van de millennia-oude tempels streden met de lengte van het parcours. De lengte verloor, maar niet met grote afstand. Elke neiging om ook nog even links of rechts van de rechte lijn van Zeus naar Hera te kijken werd vakkundig onderdrukt. In plaats daarvan aanvaardden we, bij Hera gearriveerd, al snel weer de terugweg naar de auto; ook al omdat er nog een ander programma-onderdeel te wachten stond, namelijk een bezoek aan een moddervulkanisch gebied net iets ten noorden van Agrigento.

Dit bleek, na de niet-bestaande grotten bij Castelbuono, de minst overtuigende attractie van de hele vakantie te zijn. Bij de plaats van bestemming aangekomen - dankzij Google maps op mijn telefoon, alle vertrouwen in onze TomTom hebben we inmiddels verloren - zagen we niets anders dan een lege parkeerplaats in het midden van een landschap dat in niets te onderscheiden was van welke bruine heuvel dan ook, behalve dat er pluche dieren aan het hek waren gebonden, en een kartonnen bord in vier talen vermeldde dat de moddervulkaan "not accessible" was. Op detzelfde moment begon het weer te regenen, en de aanstormende wolken beloofden een bui die in hevigheid niet zou onderdoen voor die van gisteren: wat heet, prachtige bliksemflitsen schoten van de aarde naar de hemel. Om niet het risico te lopen dat we zelf in een moddervulkaan zouden veranderen, zagen we af van verdere avonturen en zochten een goed heenkomen. Zelfs via alle snelwegen die we maar konden vinden kostte de rit huiswaarts nog drie uur, die we voornamelijk in de regen, de drup en het panorama van nog veel meer bliksem doorbrachten.

Nogmaals Hera
Bij Terra Rossa gearriveerd was het ergste weer overgetrokken en konden we zelfs nog genieten van een paar uur bij het zwembad en in de waterige zon. Dat was het dan wat de vakantie betrof. Morgen weliswaar in feite nog een hele dag, maar die zal geen verdere avonturen meer brengen aangezien de tijd hard nodig is voor het bijwerken van deze blog, inpakken en... wegwezen!

Op het moment dat ik dit schrijf is het al zaterdag en bijna zo ver: nog even snel verbrand in de ochtendzon, daarna afgekoeld bij een kort maar zeer krachtig onweer dat de paden hier kortstondig in riviertjes veranderde. Straks de rest van de spullen in de koffers proppen, waarschijnlijk in Catania iets eten, auto inleveren en heel lang wachten. Over goed twaalf uur pakken we de eerste trein van Schiphol naar Hengelo!

6 augustus: Kleine stukjes

Vrouwelijke sportmode in de 4e eeuw na Christus
Voordat ik aan de trip van vandaag begin nog even een kort verslag van gisteravond: na het avondeten zijn we op zoek gegaan naar het park waar het Wine Hot Jazz Sextet zijn optreden zou geven, volgens posters die wij tijdens het uithijgen van de trappen langs onze route van Terra Rossa naar boven uitgebreid konden bestuderen; dit bevestigd door het alwetende Internet. Het park bleek een tuin de zijn, de tuin van Hotel Excelsior. Hotel Excelsior ligt precies aan het andere uiteinde van de voornaamste flaneerstraat van Taormina.

Er dromden geen mensanmassa's bij de ingang van de tuin. Terwijl wij de trappetjes afdaalden en door een soort Alhambra onze weg zochten, begonnen van verre zoeigevooisde klanken van een aantal kundige jazzblazers ons tegemoet te waaien. Hier en daar zaten sporadisch aan een tafeltje tussen het geboomte of op een bankje aan de kriskrassende paadjes een paar mensen een kaartje te leggen of op zachte toon te converseren. Het maakte allemaal een zeer voorname indruk, en groot! Waar verder elk restaurant en hotel in T. woekert met de vierkante meters, en het liefst de tafels op elkaar zou zetten, heeft Hotel Excelsior alle ruimte. In de tuin heerste een toverachtige sfeer.

Lange keramische trap
Een paar honderd meter en honderd traptreden verder zagen we voor ons het zwembad, waarachter de band geposteerd was en waarvóór een paar rijen stoelen met luisteraars stonden opgesteld. We zijn even blijven staan luisteren: moderne jazz, uitstekende muzikanten maar niet helemaal mijn smaak en helemaal niet die van Elise. In combinatie met het feit dat we lichtelijk geïntimideerd waren door de ambiance, en (wat lager bij de grond) de 15 euro toegang toch wel een verblijf van een uur of zo met zich mee moest brengen (om het geld eruit te halen, juist ja) lieten we het bij deze sfeerimpressie en aanvaardden we de lange voettocht huiswaarts. Achter ons barstte de tenorsax in een wilde solo uit, maar het mocht niet meer baten.

Nadat het weer avond was geweest en nacht geweest, braken we routineus op voor een nieuwe tweedaagse trip. Een voorspoedige reis verder vonden we al snel een legale parkeerplaats, hopelijk niet al te ver van het centrum van Caltagirone, de keramiekhoofdstad van Sicilië. Van daaruit een weg omhoog gebaand kwamen we uit bij een lange, lange trap waaraan elk zichzelf respecterend keramiekwinkeltje een vestiging heeft. Van de trap zelf was de voorkant van elke trede versierd met keramiek. Dat maakte de treden wel hoger dan voor normale benen geschikt, dus het kwam goed uit dat er om de twintig treden links of rechts een winkel zijn gastvrije deur geopend had. Onze route over de trap zou er in een projectie op het platte vlak dan ook uitzien als een traditionele zigzagcurve.

Het bewijs: Allemaal handwerk
In een aantal van de winkels waren schilders bezig met het opbrengen van kleur op al gebakken vormen, ten bewijze dat het allemaal handwerk was dat we zagen. Er was een keur aan schilderstijlen en kleurstellingen uit de zestiende, zeventiende of latere eeuwen, allemaal zo fris alsof het dit jaar nog geschilderd was. Het eigenlijke bakwerk gebeurt vast en zeker elders, en anders dan de beschildering is dat vast en zeker geen handwerk: we zagen vrijwel overal dezelfde vormen terugkomen. Ergens had ik wel het idee een mooie grote pot te kopen (en deze dan te laten opsturen). Die waren er zeker, maar helaas niet mooi genoeg om het hart het hoofd te doen vergeten. We hebben ooit in Venetië een reproductie van Dali gekocht en laten opsturen, die prijkt nu nog in onze huiskamer; maar een Caltagireense beschilderde pot zal daar niet bij komen.

Non-keramisch Caltagirone
Je vraagt je sowieso af of er wel brood zit in de toeristenindustrie hier. Net als in de meeste door ons bezochte plaatsen was het in Caltagirone bepaald niet druk. De busladingen Aziaten die niets liever zouden doen dan hier de winkels leegkopen hebben de weg nog niet gevonden. Met ons bestegen niet meer dan vijfentwintig, nou vooruit vijftig, andere potentiële kopers de lange trap. Dat is niet meer dan één, nou vooruit twee, per winkel op deze hete zomerdag. Kan je daarvan leven?

Anyway, SEP (Somebody Else's Problem). Ons probleem was de weg naar Piazza Armerina te vinden, in de omgeving waarvan zich één van de meest beroemde opgravingen van Sicilië bevindt, de Villa Romana. Beroemd genoeg om een fatsoenlijke parkeerplaats te hebben, inclusief vijfentwintig stalletjes met eten, drinken, toiletten en souvenirs die strategisch pal voor de onopvallende kaartjeskiosk waren opgesteld. Dat hadden we totnutoe alleen bij het amfitheter in Syracuse gezien.

Welkom in de Villa Romana
Lezer, als u ooit Sicilië aandoet, laat Syracuse voor wat het is en spoed u direct naar de Villa Romana! Daar zie je op mozaïekgebied wat je nergens anders ter wereld te zien krijgt. Duizend vierkante meter gepriegel op kleine schaal met als resultaat honderden levendige voorstellingen uit pré-Christelijke tijd, dus heel wat boeiender dan het beperkte arsenaal heiligen waar kunstenaars na die tijd mee moesten werken. Ik heb zelf in ieder geval de Griekse (en Romeinse) mythologie altijd stukken interessanter gevonden dan de Christelijke. De Villa, vermoedelijk woonstee dan wel vakantiehuis van iemand van keizerlijk niveau of op z'n allerminst regent van Sicilië (men weet het niet) werd tot ons geluk in de achtste eeuw verwoest en bedekt door een aardverschuiving en is pas weer herontdekt in een periode waarin het conserveren van antiek erfgoed prioriteit had.

Jachttaferelen
Om de mozaïekvloeren tegen weersomstandigheden te beschermen is er over de villarestanten een foeilelijk dak gebouwd, en om het tegen mensenvoeten te beschermen lopen de bezoekers hoog boven de grond, waardoor wij vast en zeker beter zicht op de voorstellingen hadden dan welke gast uit die tijd dan ook. Het zou trouwens zomaar kunnen dat al die jacht- en sportscènes destijds maar protserig en kitscherig gevonden werden, echt iets voor de nouveaux riches; wie zal het zeggen? Als iets maar oud genoeg is, is het vanzelf de moeite waard. Er zijn vast heel wat proefschriften over de mozaïekvloeren van de Villa Romana geschreven. Ik zie de titels voor me: "Een Nieuwe Hypothese over de Betekenis van de Griffioen in het Grote-Jachtmozaïek", of "Vrouwelijke Sportmode in de Vierde Eeuw". Goede onderwerpen in de cultuurhistorie zijn sowieso schaars dunkt me, er komt maar heel langzaam oudheid bij (net als aardolie).

Toen ik nog op een studentenflat woonde kwam er bij groot onderhoud van de keuken achter een kastje een oud krantenknipsel tevoorschijn, uit het begin van de jaren zeventig. Dat vonden we toen heel grappig, en toen het kastje weer werd opgehangen hebben we aan een spijkertje een floppy disk gehangen met het bewonersbestend tot dan toe - 1988 zal het geweest zijn. Uiteraard met de gedachte dat dat weer een bron van vermaak zou zijn bij de volgende renovatie. Of dat ooit gebeurt weet ik niet, het was een echte floppy floppy van 5 1/4 inch, en beschreven onder CP/M dat al kort daarna de markt uitgedrukt is door MS-DOS. Het zal heel wat moeite kosten om daar ooit nog informatie uit te halen. Dan is een krantenartikel toch een stuk beter tegen de tand des tijds bestand, laat staan een mozaïekvloer.

Nadat we onze ogen uitgekeken hadden ondernamen we een poging iets te zien te krijgen van het plaatsje Piazza Armerina zelf, met als belangrijk nevendoel iets te eten te krijgen. Dat was maar een beperkt succes, door een combinatie van de tijd van de dag en het feit dat het opeens flink begon te regenen. We zaten gelukkig op dat moment net droog onder de luifel van een cafetaria waar men ons van een broodje had voorzien. De sluizen van de hemel gingen kortstondig wijd open.

Tijd om ons te bekommeren om overnachting, zover mogelijk richting de plaats van bestemming van morgen: Agrigento, ik denk de derde stad van Sicilië, een honderd kilometer verder naar het westen. In een vage gedachte dat we misschien na afloop van de regen nog een strand zouden kunnen vinden kozen we voor Licata, een kleiner plaatsje iets minder verop. Het alwetende Internet bood ons daar een B&B voor de zeer schappelijke prijs van 52 euro.

Balkon compleet met was
Ik kan het iedereen aanraden: kies de goedkoopste overnachtingsplek in een onbekend stadje en laat je verrassen. Onze B&B (overigens een zeer rekbaar begrip, waar ligt de scheidslijn met een "echt" hotel?) lag middenin een volkswijk met zeer nauwe straatjes, balkonnetjes aan weerszijden vanwaar je zo de hand van je overbuurman kon schudden en in ieder geval met groot gemak een waslijntje kon spannen, en cafeetjes waar groepjes mannen (uitsluitend mannen) intensief aan het kaarten waren. Met enige moeite vonden we een plekje voor de auto op acceptabele loopafstand en (met behulp van GPS) onze bestemming. Aldaar bleken we eerst een telefoontje te moeten plegen om een sleutel te bemachtigen. Het meisje dat tien minuten later verhit aankwam schreef onze namen in een agenda (over honderd jaar nog leesbaar, hoewel niet geschikt voor data mining) en nam ons door een hek mee naar een leuk binnenplaatsje, daar via een buitentrap naar een verrassend grote en aangename kamer, compleet met balkon met was. Ontbijt morgenochtend om 8:30 in het binnenplaatsje, of hadden we het liever op onze kamer? (Natuurlijk niet.)

Ontbijtbinnenplaats
Afgezien van de volkse charme van de straatjes en de prima kamer was dit met afstand de lelijkste plaats waar we geweest zijn, maar een korte ontdekkingstocht leerde ons dat we helemaal niet zo ver verwijderd waren van een uitgaansbuurtje waar we 's avonds ook een prima restaurant vonden. Gegeven de normale avondetenstijden was het daarna ook al snel weer bedtijd.

Wednesday, 5 August 2015

5 augustus: Aan de blog

Broccoliboom bij Tindari
Ik ben aan het aftellen: nog drie dagen en een beetje. We vliegen zaterdag heel laat terug en komen volgens schema zondagochtend 2:30 aan; hopelijk hebben we goed wat vertraging zodat de wachttijd tot de eerste trein vanuit Schiphol niet overdreven lang is.

Hoe maak je in die drie dagen (en een beetje) optimaal gebruik van het feit dat je op Sicilië bent? Gezien de afstanden, en reistijd tot wat dan ook, ligt nog een tweedaags uitstapje het meest voor de hand. Van het zuidwesten van het eiland hebben we nog niets gezien. Ik heb wat op Elise moeten inpraten, maar dit is uiteindelijk het plan: we rijden tot Agrigento, doen op de heen- of terugweg de Villa Romana in Piazza Ameria aan, en pakken misschien een stukje echt strand mee - bijvoorbeeld bij Punta Secca, waar het huis van Commissario Montalbano staat.

Onbemande tabacheria
in Gangi
Even was de gedachte om vandaag te starten, maar verschillende argumenten pleitten voor een dagje uitstel: we lagen dankzij de Don laat in bed; ik ben gisteren (4 augustus) een groot stuk blog kwijtgeraakt waarna ik dusdanig gedemotiveerd was dat ik helemaal niets meer geschreven heb en nu drie volle dagen achter lig; en er is vanavond een jazzconcert in een park in Taormina dat misschien de moeite waard is.

Voeten wassen in de
Lavatorio Medievale, Cefalù
Vandaar nu de tweede dag op rij een niksdag. Wat heet niks, ik zit de hele dag achter mijn laptopje, weliswaar aan het zwembad waar ik geregeld een duik in neem. Daarzonder zou ik me denk ik danig vervelen, en ook schuldig voelen. Er zijn door het jaar heen heel wat dagen waarop ik tijd tekort kom. Het idee dat ik dan tijd zou vermorsen die ik tijdens een vakantie heb is niet goed te verdragen. Ik hoef heus geen werkgerelateerde dingen te doen, maar er moet wel een doel achter zitten: eind wandelen (de Etna op of zo), boek uitlezen, dingen bekijken, naar de opera gaan. Als dat laatste er gisteren aan het eind van de dag niet bij had gezeten, was ik door dat blog-gedoe behoorlijk pissig geweest: totaal verknoeide dag.

Goed, dat was dan een stukje persoonlijke ontboezeming op een dag waarover verder toch niets te vertellen valt; en daarmee ben ik weer helemaal bij, wat na de sof van gisteren een prettig gevoel is. Na vanavond nog twee dagen en een beetje.

4 augustus: Don Giovanni

Vanavond is de uitvoering van Don Giovanni waarvoor we een week geleden kaartjes gekocht hebben. Een goed excuus om vandaag verder niets te doen, en het netelige probleem van hoe de rest van onze tijd hier enigszins vruchtbaar te besteden een dagje uit te stellen.

De begintijd van 21:30 liet keurig gelegenheid om voortijds te gaan eten. In onze drang tot variatie kwamen we toevallig in de Via Don Giovanni (di Bosco) uit. Het eten was bepaald vergetelijk, maar de toon was gezet. Na een koffie elders, om de tijd te rekken en zo lang mogelijk van een andere ondergrond dan rots met een dun kussentje te genieten, kuierden we tussen het zeer gevarieerde publiek (van dames in galajurk tot, nou ja, onszelf) richting amfi.

Ten opzichte van een week eerder waren de enorme speakersets verdwenen (gelukkig maar, wat stelt die befaamde akoestiek voor als je anno 2015 de boel toch gaat versterken?) en een grote orkestbak toegevoegd. Onze (genummerde) plaatsen waren ergens anders dan we ons van de plattegrond herinnerden. We namen tegen het begin van de voorstelling de vrijheid tot een horizontale translatie naar waar de rots onder de dunne kussentjes iets vlakker was. Even later, toen het dimmen van de lichten duidelijk maakte dat het wachten bijna voorbij was, barstte de stuwdam boven ons los en stroomden de goedkoper gezeten, geheel kussenloze horden op ons af. Zoals verwacht overigens.

Er zijn twee verschillende redenen om zo'n opera op z'n plek te bezoeken: kort gezegd, de opera en de plek - of misschien beter, de beleving. Tijdens de gehele uitvoering was duidelijk dat de eerste van deze redenen voor lang niet alle aanwezigen opging. Tot een kwartier na het begin en vanaf anderhalf uur voor het eind kwamen en gingen de mensen. Als je je daaraan ergert dan heb je daar alleen zelf last van; in feite maakt zoiets ook weer deel uit van de beleving. Net als de niet-georkestreerde begeleiding door krekels (die harder kunnen dan een viool) en ambulance (op afstand, gelukkig). Met de duif die ongelukkig tussen zijn holletje in de muur en de bovenkant van een pilaar heen en weer fladderde had ik vooral medelijden: hij wóónt hier, wij zijn ongenode gasten.

De opera: Het veelgeroemde geluid in een amfitheater is uitstekend, zolang je beseft dat het dynamische bereik wel achterblijft bij een concert- of theaterzaal. Het verwaait niet en blijft goed hoor- en verstaanbaar, maar fortissimo is er echt niet bij. Binnen die parameters was het een prima uitvoering, met een zeer volledig en degelijk symfonie-orkest en goede solisten. De muziek behoeft nauwelijks toelichting, en het verhaal is dat van een opera - daar is alles mee gezegd. De mij bekende melodieën zaten allemaal in het tweede deel.

De ambiance: indrukwekkend. Boven ons de sterren, achter het toneel de twinkelende lichtjes van de kustplaatsen honderd meter onder en ver ten zuiden van ons. Een redelijk koele avond, misschien wel de koelste sinds we hier zijn. Op het toneel zelf een dubbel schaakbord van zwart/witte vierkanten, door de zangers met succes gebruikt om enige structuur in hun bewegingen te brengen en de suggestie van een zaal te wekken. Rudimentaire coulissen. Belichting om scène- en sfeerwisselingen te ondersteunen. Aan het eind wat spektakel als een muurtje omver wordt geworpen door een levend standbeeld, de nemesis van de Don (in de film Amadeus uitgelegd als de reïncarnatie van de vader van Mozart). Daar komt dan ook nog even een rookmachine aan te pas. Geen onder- of boventiteling uiteraard; het Italiaansverstaande deel van het publiek was in het voordeel. Her en der zag je mensen op ereaders of tablets het libretto volgen, misschien wel in hun eigen taal. Dan miste je natuurlijk weer veel van wat op het toneel gebeurde.

Don Giovanni is een twee-akter. Beide akten duurden zo'n anderhalf uur; er bleek ook nog een korte pauze te zijn. Al met al waren we pas tegen enen klaar. (Zoals gezegd waren er toehoorders die dat allemaal wat te lang vonden duren; vanaf de pauze bleven er mensen alleen en in tweetallen weggaan.) Daar is het zitvlees niet op berekend, maar een beetje afzien maakt natuurlijk ook deel uit van de beleving. Een ijsje op weg naar beneden maakte de avond compleet.

3 augustus: Waar blijft de tijd?


Triskelion: Symbool voor het driehoekige Sicilië
Je hebt een auto en 250 km te gaan. Onderweg wil je een paar bezienswaardigheden bezien. Snelwegen zijn niet taboe. Hoe moeilijk kan het zijn? Hoeveel tijd kan het kosten?

Goed, je begint met een bezoekje aan de sigarettenwinkel om je parkeerboete te betalen. Dat blijkt meer voeten in de aarde te hebben dan gehoopt; niet dat het een raar verzoek is, maar zo'n geel briefje uit het verre Randazzo (provincie Messina) hier in Castelbuono (provincie Palermo) is aanleiding genoeg voor gefronst kijken naar een beeldscherm en langdurig overleg (sotto voce) met je collega. De echte sigarettenkopers kregen een fast-track-behandeling, maar iedereen met financiële transacties moest op mij wachten. Wat men ook zonder gemor of voor mij detecteerbare boze blikken deed.

Cefalù: Rots, zandstrand
Er restten nog 60 km naar Cefalù. Deze on-Italiaans aandoende naam is ontleend aan het Griekse kephaleh, rots. Daaruit leren we meteen twee dingen: dit was een van die vele Griekse koloniestadjes van rond 300 voor Christus, en er zal wel iets met een rots zijn. Geen van beide ál te verbazend, maar het is een begin.

Gegeven het feit dat dit toeristenbestemming no. 2 van Sicilië is (Taormina is no. 1) is het leuk om parallellen te trekken, of juist verschillen aan te wijzen.
  • Parallel: hordes toeristen (no surprise there)
  • Verschil: Cafalù heeft een zandstrand
  • Verschil: Cefalù ligt niet óp de rots waaraan het zijn naam ontleent, maar ervóór - direct aan zee dus
  • Verschil: Taormina heeft sjiekere winkels (let op: dat is uit mijn pen niet persé een aanbeveling)
  • Verschil: Taormina is schilderachtiger
Basilica Cefalù
Als de keus tussen één van beide gaat, zou mijn voorkeur uitgaan naar T en niet C. Als ik strand wil ga ik wel naar Terschelling, daar krijg je er gratis branding bij.

We waren er in feite heel snel uitgekeken; bijna meer tijd besteed aan het uitzoeken waar de auto moest worden geparkeerd (antwoord: een kilometer verderop aan de kust, verzengende hitte van en naar) dan aan het stadsbezoek. Naast een vluchtige blik op het strand (inderdaad: zand, maar voor een ballenbaan zo'n 15 graden te warm) was het hoogtepunt het Lavatoria Medievale, een ondergrondse publieke wasplaats aan een koudwaterstroompje. Inmiddels niet meer als zodanig dienstdoend. De basiliek had een overdadig verguld schouwspel boven het altaar.

Lavatorio Mediavale (middeleeuwse wasplaats)
Laatste geplande stop: Tindari, oostelijk van Cefalù (halverwege Messina). Reden voor bezoek: Oude Griekse ruïnes, waaronder weer een amfitheater, hoewel een stuk kleiner dan die van Taormina en Syracuse. Dit keer wel óp een rots, hoog boven zee uittorenend. Reden om er weg te blijven: wanstaltige, gigantische kerk, van recente datum of recent verbouwd/gerestaureerd, vanuit de wijde omgeving te zien. Gewijd aan de Zwarte Madonna - niet te verwarren met de zwarte Santa Maria-kerk in Randazzo - uitgebeeld door een beeld van weliswaar respectabele leeftijd maar niettemin ook buitengewoon lelijk.

Interieur van de Madonna Nera de Tindari
De Griekse ruïnes waren wel de moeite waard, en de combinatie met die zeldzaam lelijke kerk maakte het boeiend. Ruim twee millennia zitten er tussen. Over nog eens twee millennia is alles wat hier nu staat mooi en bijzonder, daar hoeft niemand iets voor te doen. Ik neem de snobistische vrijheid om het nu nog maar even lelijk te vinden.

Grieks gymnasium, en de Madonna Nera di Tindari
Voor het laatste stuk naar huis hadden we de keus tussen uitsluitend snelweg via Messina (106 km, 1 uur 20 minuten), of nog een keer een SS binnendoor (85 km, 2 uur). We kozen andermaal voor de toeristische route. Die 85 km was een horizontale projectie, daar kwam nog een verticale kilometer bij (keer 2). Prachtige uitzichten, helaas had Etna zich in nevelen gehuld. Verder ook indrukwekkende onweerachtige wolkenpartijen, maar we kronkelden er tussendoor. Heel wat haarspelden later waren we weer op bekender terrein. Mooie gelegenheid voor een laatste winkelbeurt in Giardinni Naxos. Daarna naar huis. We hadden in Tindari laat en warm geluncht, dus aan maaltijd geen behoefte. Tegen achten thuis, moe maar voldoende voldaan.

2 augustus, 's middags: Het mooie kasteel

Leuk adres: Duistere steeg, Mooi kasteel
Gesterkt vervolgden we onze reis vanuit Gangi. De weg werd wat beter, de omgeving groener en het verkeer drukker. De 4 uur en 50 minuten, op papier zo onwaarschijnlijk, klonken steeds aannemelijker. Op het programma stond nog de Grotta Vecchuzzio, een op onze kaart aangeduid grottenstelsel aan de rand van het natuurgebied Parco Madonie. Door schade en schande wijs geworden hadden we onze verwachtingen niet te hoog opgeschroefd. Terecht, zoals bleek: Petralia Soprana en Petralia Sottana (Ober- en Unterammergau, zeg maar, of Boven- en Onderkarspel) lagen waar ze volgens de kaart behoorden te liggen, maar de Grotta bleef voor mensenogen verborgen. Waar is Gandalf als je hem nodig hebt?

Matrice Vecchio
Volgende en naar nu besloten laatste bestemming van de dag: Castelbuono. Einde van het impressionistische tijdperk, we reden hier door een eerder Zwitsers aandoend bebost berglandschap. Onze wielen maakten vele kilometers die hemelsbreed maar weinig zoden aan de dijk zetten. Castelbuono werd zonder verdere noemenswaardige voorvallen bereikt, tegen 17:00 uur. De voornaamste opgave was nu het vinden van een slaapplaats. De wereld was inmiddels weer bewoond genoeg om van onze reisgids de eer van een vermelding te krijgen, inclusief slaapplaats, maar op basis van onze Taorminaanse ervaringen verwachtten we sowieso ruim voldoende keus. Toen die niet onmiddellijk opdoemde bij de eerste doorloop van het stadje (mooi kasteel!) zochten we heil bij een ijscowinkeltje, waar een bijzonder vriendelijke uitbater ons onmiddellijk op een toeristenplattegrond uittekende waar de drie hotels en twee B&B's zich bevonden. Er kwam ook een vergeelde informatiebrochure tevoorschijn, waarin de naam Ventimiglia prominent voorkwam. Het kasteel was hun zomerhuisje geweest, begrepen we. Bij wijze van dank voor deze lokale wijsheden aten we een ijsje en liet Elise zich verleiden tot het kopen van manna, een zoetstof uit gemaakt van hars van de pluimes (lees pluim-es). Zoals alles dat zeldzaam genoeg is, is manna goed voor en tegen van alles. Met een staafje manna vang je meer vliegen dan met een vat azijn.

Nieuwe huurauto (de citroën heeft een parkeerboete)
Het dichtstbijzijnde hotel, direct op het alwetende internet opgezocht, bleek tegen een schappelijke prijs een kamer te hebben. Meteen geboekt: toen we er aankwamen was de reservering net binnen gekomen. Iedereen blij. Voor het eerst op Sicilië waren we in een gebouw met airco. Dat verlieten we snel weer op zoek naar de bezienswaardigheden van het plaatsje. Schattig plein gelegen aan de Matrice Vecchio, onder andere bekend vanwege een mechanisch uurwerk van gevorderde leeftijd. Terwijl wij genoten van een drankje probeerden we zonder succes de semantiek van het geluid te ontraadselen: de uren + kwartieren, tot zoverre OK, maar dat willekeurig aandoende gehamer daar tussendoor bleef een mysterie.

Arme tak van de Ventimiglia's
Middenop het plein diverse terrassen met bediening, maar rondom in de portieken en voor de barretjes groepen oude, verlopen mannen, gezeten op stoelen, zonder tafels en zonder consumptie, met elkaar in gesprek of wezenloos voor zich uit starend. Als het Grieken waren geweest hadden ze een kralenketting in de hand gehad waarmee ze neurotisch aan het spelen zouden zijn, maar het waren Sicilianen dus dat plezier was hen niet gegund. Af en toe pauzeerde een voorbijganger en schudde een hand of twee. Was het de arme tak van de Ventimiglia's? Komen rond 18:00 uur op alle Siciliaanse pleinen deze mannen naar buiten en bezetten ze hun rechtmatige plaats?

We lieten her niet bij de Matrice Vecchio; een korte dwaaltocht bracht ons ook bij de Matrice Nuovo en bij een steegje waar de Giro Postodico werd aangekondigd, een honderd jaar oude hardloopwedstrijd die net een week geleden gelopen is. Gemist; maar dit zijn wel weken waarin er heel wat gevierd en gedaan wordt. In Randazzo, Troina en Gangi troffen we posters en podia aan waaruit bleek dat er deze week en maand allerlei optochten en muziekfestivals zijn. Dit is het eerste weekend in augustus: mijn Italiaanse collega's vertelden me altijd dat augustus de echte vakantiemaand is, de universiteiten zijn dan ook dicht, niemand bereikbaar.

Kasteelplein; voorbereidingen voor een concert
Ook hier in Castelbuono bleken de voorbereidingen in volle gang voor een muziekfestijn, op het pleintje voor het kasteel, toen we daar eindelijk arriveerden. Helaas ging de deur van het kasteel voor onze neus dicht, maar we mochten wel de soundcheck van de band meemaken en constateerden dat deze best vet klonk. (Let op de terminologie: een vet geluid was bij bands allang een aanbeveling voordat de jeugd van tegenwoordig ermee aan de loop ging zodat nu alles vet is: ik mag dan ook zelfs op mijn leeftijd dit woord in deze context gebruiken.) Mooi zo; ons programma voor deze avond was meteen gevuld.
Soundcheck

Terug naar het hotel om van het fototoestel af te komen. Meteen even gevraagd naar de beste manier om een parkeerboete te betalen. Tot onze verrassing werden we verwezen naar een Tabaccheria. Kennelijk zijn dat ook een soort bankkantoortjes. Nou, dat scheelt een heleboel gedoe. Weer in het centrum meteen even geprobeerd; weliswaar kon men ons niet direct helpen, maar niet omdat de vraag raar of onbegrijpelijk was, eerder omdat het zondagavond was - we moesten morgenochtend terugkomen. Dan maar een hapje gegeten in een restaurantje dat we al gezien hadden, en op naar het kasteelplein. De receptioniste had bevestigd dat hier een publiek toegankelijk concert zou zijn, het Wijn- en Bluesfestival, vanaf 22:15.

We waren er ruim op tijd en installeerden ons. Een man was een toespraak aan het afsteken die zo te horen over het wijn-gedeelte van het festival ging. Tijd voor de sponsor! Gevolgd door nog een lang verhaal waarvan alleen de naam Robert Johnson verstaanbaar was: het publiek werd wegwijs gemaakt in de geschiedenis van de blues. Daarna kon het beginnen, maar kwam eerst nog een kwartier cabaret. Aan de reacties te horen wel vermakelijk, maar onze billen vertelden ons dat we op steen zaten. Toen, tenslotte en uiteindelijk, begon om 22:45 het optreden.

Gegeven wat we bij de soundcheck gehoord en gezien hadden - een professioneel klinkend samenraapsel van prima muzikanten, zowel Italiaans als Amerikaans - viel het allemaal wat tegen: langzame nummers, italiaanse folk-nummers, weinig of geen blues-klassiekers. Dan heb je vier blazers, combo met percussionist, drummer, toetsenist, bas en twee gitaren, zanger en zangeres plus twee achtergrondzangeressen, en weet je er geen spetterend geheel van te maken. Gemiste kans. Tekenend: toen ze dan een nummer van de Beatles uitvoerden viel de keus op She Came In Through the Bathroom Window  - hoe bedenk je het, gegeven de enorme hoeveelheid materiaal? Enigszins teleurgesteld begaven we ons al voor het einde naar het hotel, met tenminste het vooruitzicht op een koele nacht.

Tuesday, 4 August 2015

2 augustus, 's ochtends: Het barre binnenland


Gangi: Stadje als een uit de kluiten gewassen molshoop
Vandaag het begin van een tweedaagde tocht naar een andere kant van het eiland: Cefalù, middenaan de noordkust, dat strijdt met Taormina om de titel "meest toeristische bestemming van Sicilië". Dit keer alle snel- en tolwegen vermijdend: we nemen de SS (Strada Statale) 120 en 286, via Fiumifreddi en Castelbuono, met daar tussenin zoveel mogelijk bezienswaardige dorpjes en steden. Af te leggen afstand 198 km (121 zoals de Nazgûl vliegt), kale reistijd 4 uur en 50 minuten; dat zal ons leren.

Markt!
Van de beslissing om uit de buurt van snelwegen te blijven kregen we al  spijt, aangezien tot Fiumifreddo de weg langs de kust liep; onze ervaring gisteren had ons kunnen leren dat die rond een uur of 10 zeer druk bezet is door strandgangers (badgasten, in Terschellingse termen). Soms moet je je meer den één keer stoten om een les goed te leren. Daarna ging het gelukkig landinwaarts, en werd het allengs rustiger, en daarna heel rustig.

Met die rust was het gedaan in onze eerste halte, het plaatsje Randazzo. Hier bleek een zeer grote levendige markt aan de gang te zijn. Onze Noordeuropese intuïtie volgend dat een marktplein hetzelfde is als een kerkplein, en in de wetenschap dat Randazzo ons drie kerken te bieden had, van repectievelijk de Latijnse, Griekse en Lombardijse bevolkingsgroepen, zetten we de auto vlak daarbij neer en gingen op ontdekkingstocht.

Oregano voordat het in een potje zit
De markt bood vooral heel veel kledingrekken, maar op het punt van monumentale kerken waren we niet warm (behalve dan in zoverre dat we hiet altijd warm zijn). Even vergeten dat commercie en religie hier minder, of anders, vermengd zijn dan bie oos. Maar zo groot was Randazzo niet dan dat we op loopafstand in ieder geval de Santa Maria (Latijns, 15e-eeuws) en San Nicola (Grieks, 14e-euws) aantroffen. Opgetrokken door het hier rijkelijk voorhanden bouwmateriaal van lavasteen, en dus zwart. Verder onderscheid laten we aan de experts over. In beide kerken was een dienst gaande.

De zwarte Sante Maria (Latijns)
Bij de auto teruggekomen bleek dat we een foutje gemaakt hadden. Die ronde blauwe borden met rode rand en rood kruis betekenen ook hier "verboden te stoppen". Dat er van de kant waar wij vandaan kwamen niet zo'n bord stond is in zo'n geval geen excuus, en ook niet dat we voor een aantal andere auto's waren gaan staan die dus net zo fout geparkeerd waren. Het briefje onder de ruitenwisser was geel, en vermeldde een boete van 28,50. Daar hoeven we weliswaar niet van wakker te liggen; een grotere vraag is hoe we hier eigenlijk aan moeten voldoen? De natuurlijke neiging van elke rechtgeaarde toerist is om dit soort dingen te verscheuren, maar aangezien het kenteken van onze huurauto luid en duidelijk vermeld stond, was dat in dit geval geen redelijke optie. Voor nu maar even dit probleem terzijde geschoven (geparkeerd, inderdaad) en gemaakt dat we dit ongastvrije dorpje met zijn vervelende markt en lelijke kerken snel uit waren.

We lieten nu Etna definitief achter ons en kwamen in een ander type landschap, met heuvels van Toscaanse proporties. In een ander jaargetijde, pak 'm beet het voorjaar, zal het een totaal andere indruk geven dan nu, en zou het woord "lieflijk" misschien van toepassing zijn. Nu waren het geel- en bruintinten die overheersten, zover het oog strekte; alleen de (uitgedroogde) rivierbeddingen waren gemarkeerd door een lint groene bosschage. Had wel zijn eigen charme, alsof je in een impressionistisch schilderij rijdt. Van bebouwing of verder verkeer geen sprake, maar de weg kronkelde en slingerde er doorheen dat het een lieve lust had.

Als wegenbouw mijn specialisme zou zijn, zou ik uit de rit van vandaag gemakkelijk een college kunnen vullen over Hoe Het Niet Moet. Achter elke bocht lag weer een nieuwe verrassing op ons te wachten: zou het een eenvoudige kuil zijn, een complexere verzakking, een gat of misschien een aardverschuiving? Het complete verkeersbordenarsenaal kwam eraan te pas om de verschillende defecten weer te geven, zonder overigens enige zichtbare correlatie met de toestand van de weg of de ernst van het gebrek. De pas gerepareerde stukken weg waren nog het ergste, omdat die meestal de grootste problemen verbloemden, als een verse zwarte pleister op een botbreuk. Een vriendelijke uitleg is dat de langs de hele route aangeraden sneeuwkettingen (sic) debet zijn aan de toestand van de weg; een minder vriendelijke dat het geld bedoeld voor een deugdelijke ondergrond een andere bestemming heeft gevonden.

Een gewaarschuwd man...
Zo vermaakten we ons tot het eerstvolgende plaatsje, Troina. In ons reisgidsje, dat helaas meer informatie geeft over water-, vooeder- en slaapplaatsen dan over bezienswaardigheden en achtergronden, stond dit net zomin vermeld als Randazzo, maar het alwetende internet vertelde ons dat dit strijdtoneel is geweest in de tweede wereldoorlog. Nu eens twintigste-eeuwse geschiedenis! De grootste slag op Sicilië heeft in Troina plaatsgevonden, in 1943. Naief dacht ik nog dat dit zou betekenen dat we het plaatsje in een vallei moesten zoeken, maar dat was gebaseerd op mijn idee van een middeleeuwse veldslag: vuurkracht, reikwijdte en de helling die een tank oprijdt zonder met z'n ogen te knipperen maken juist toppunten favoriet.

Troina, 72 jaar na dato
Ons citroentje trekt dergelijke hellingen niet, dus plantten we hem halverwege. Op een plek die we tot 17:00 mochten bezetten, want daarna moest er plaats gemaakt worden voor een herdenking van precies die verldslag, die kennelijk op de kop af 72 jaar geleden was. Nou, tegen die tijd hebben wij ons allang teruggetrokken. Vijftig meter hoger troffen we een expositie van oorlogsfotograaf Robert Capa aan (het alwetende internet kwam weer te hulp); de geëxposeerde foto's lieten dezelfde kerk en hetzelfde magnifieke uitzicht zien dat wij even later ook zagen en genoten, maar dan in zwart-wit, met soldaten in de voorgrond en gaten in de gebouwen. Enkele Italiaanse soldaten werden krijgsgevangen genomen, maar ze leken er niet erg onder gebukt te gaan. Wanneer gaf Italië er eigenlijk de brui aan? (Alwetend internet: 17 augustus 1943 - twee weken na de Slag bij Troina.) Op kerk, plein (met opgebouwd podium) en expositie na, waar tenminste een handjevol toeristen te vinden waren, leek heel Troina overigens uitgestorven. Waar is iedereen?

Geen luchtspiegeling
Verder maar weer. Een water- en voederplaats zou nu niet gek zijn. Een aantal gele heuvels verderop Nicosia (de Siciliaanse naamgenoot van de hoofdstad van Cyprus): te levenloos om een poging te doen. Heuveltje op, heuveltje af. Verderop een flinke struikbrand (veldbrand? heidebrand?), waar de weg ons gelukkig bij nader inzien verre van hield. Daarna Gangi: een vrijstaande heuvel waar de weg zich als een kurkentrekker langs omhoog wond. Op het strand bouwde ik vroeger ballenbanen, zandhopen van een meter hoog en meer met sleuven waarin precies een plastic jeu-des-boules-bal naar beneden kon rollen. Wij waren de jeu-des-boules-bal en rolden naar boven. Helemaal bovenaan stapten we uit bij Gangi's adembenemende kerk en uitzicht, ondergingen de gebruikelijke temperatuurschok en liepen door de volkomen lege steegjes over de lengteas van de heuvel, op zoek naar een plek waar de inwendige mens aan zijn trekken zou kunnen komen. En ja: als een soort fata morgana diende zich een terrasje aan. Toen we dichterbij kwamen was het er nog steeds; en niet alleen dat, men serveerde er zelfs eten. Ook zonder menukaart en zonder woord Engels slaagden we erin een lasagna te bemachtigen. Pas bij de koffie ging het verkeerd: Elise's standaard "cafe americano con latte separate" werd hoegenaamd niet begrepen en resulteerde in een grote beker melk met paar zakjes oploskoffie.
Cafe americano con latte separate

Saturday, 1 August 2015

1 augustus: Il Padrino

Pittoreskst
Toch wel nieuwsgierig geworden door het weinige dat we gisteren van Savoca hadden kunnen zien besloten we het vandaag bij daglicht nog een keer te proberen. Niet alleen dat, maar onderweg waren we nog een ander, schilderachtig op een klif gelegen dorpje gepasseerd, Forza d'Agrò, dat ook wel een bezoekje waard leek.

Margherita o Francesco?
Aldus hadden we een niet te veeleisend dagprogramma. De weg was inmiddels bekend, alle aardverschuivingen in wijde omgeving gelokaliseerd. Forza bood nog de nodige nieuwe haarspelden, maar daar draaien we weliswaar het stuurwiel maar inmiddels de hand niet meer voor om. Boven troffen we een dorpje aan dat in pittoreskiteit zijn weerga inderdaad niet kende. Verhouding aantal kerken op aantal huizen plusminus 1:10; daarbij zijn de kerken een stuk beter onderhouden. De eerste waar we een blik in wiepen was de Chiesa S. Margharita o S. Francisco, alsof ze het zelf niet zeker wisten. Wellicht een zestiende-eeuws staaltje timesharing? Daarna de Trinitá, gevolgd door de Duomo (geen dorp of stadje zonder Duomo).

Up, up, up!
Heuvel- en bergtoppen zijn natuurlijk niet compleet zonder kasteel. Helaas zijn die nog een beetje slechter onderhouden dan de huizen. In het geval van Forza was van verre te zien dat er een grote kraan naast het nog wat hogeropgelegen Normandische kasteel stond. Elise was weer terug in de niet-traploopmodus dus ik deed een solopoging het kasteel te bereiken: mooi aangelegde trap via smalle steegjes, allengs verdwenen de bloempotten echter en werden de huizen onbewoonder, op een enkele B&B na. Plotseling verwerd de trap tot een ruïne: kasteel bereikt, dicht hek ervoor, einde oefening.

Kasteel in aanbouw
Op de weg tarug van het kasteel vond ik Elise in een cafeetje waar toevallig een aantal foto's aan de muur hingen van enkele welbekende sceènes uit Godather I en III. Navraag leerde dat hier inderdaad, net als in Savoca, enkele van de opnames van die films gemaakt zijn. Om precies te zijn: een lege straat met kerk - die Duomo van zonet - waarin Michael belandt bij zijn eerste bezoek aan voorouderlijk Corleone (sic). Hij vraagt aan zijn lijfwachten waarom het er zo leeg is, zij antwoorden dat alle mannen dood of gevlucht zijn vanwege de alomtegenwoordige mafia. Het was er nu ook leeg, maar dat was omdat we opnieuw de grote groepen toeristen te vroeg af waren.

Random kasteel
Direct vóór de heuvel van Forza d'Agrò ligt trouwens nog een ontoegankelijk kasteel in slechte staat schilderachtig te wezen. Informatie niet te vinden, maar het plaatje alleen al maakt de vermelding waard.

Het Mooiste Dorp van Sicilië
Door naar Savoca. Dit bereikten we middenin een konvooi toerbussen, wat vooral op de toegangsweg tot interessante taferelen leidde: zo'n bus kàn wel een haarspeld aan, maar dan moet er even geen andere auto in de buurt zijn of langs willen. Nou, vertel dat maar eens aan een Siciliaan.

Het dorpje zelf was wel meteen een stuk minder uitgestorven.

Nu het dag en licht was konden we dan eindelijk met eigen ogen aanschouwen wat dit tot Het Mooiste Dorp van Sicilië maakt. Ik moet zeggen, we waren zeer onder de indruk. Zeg drie keer "pittoreskst" achter elkaar en je hebt een idee. Zo hard tegen een steile heuvelrug gekwakt dat het is blijven plakken, inclusief pleintje met barretjes, huisjes, en natuurlijk kerken in dezelfde verhouding als in Forza d'Agrò.

Niet Disney
We hebben tien jaar geleden een georganiseerde reis door Egypte gemaakt waarbij we de laatste paar dagen helaas moesten slijten aan een nepplaatsje aan de Rode Zee, El Gouna geheten. Dit was door Disney ontworpen in perfect Arabische stijl, met alle straatjes in volmaakte bogen, alle huizen met prachtige balkons en slagroompuntdaken. Nou, Savoca is net zo perfect maar dan Italiaans en niet Disney; er staan overgroeide ruïnes, onbewoonbare krotten en hier en daar een betonnen misbaksel tussen de roodbaksteengedakte huisjes, en in de helft van de straten wil er graag een auto voorrang nemen. Maar de location scout van de Godfather heeft absoluut verstand van zaken gehad!

Huwelijkskerk
In Savoca is de erg vermakelijke scène voor het café opgenomen waar Michael Corleone de eigenaar (Vitelli) vraagt naar het meisje dat hij net gezien heeft en waarop hij op slag verliefd is geworden (più greco che italiano), waarop hij (de eigenaar) haar vader blijkt te zijn; en de huwelijksscène bij de kerk waarin hij (Michael) uiteindelijk met haar trouwt. (De scène waarin zij met auto en al opgeblazen wordt speelt ergens anders.) Erg leuk om te zien en te zijn. De overal hangende foto's met de huidige staat vergelijkend is het sinds die tijd nogal opgeknapt.

A Vitelli
Hoe pittoresk ook, na een uur of zo heb je het allemaal wel een keer gezien. Een ijsje en een koffie (a Vitelli) later waren we weer op de terugweg. Er was nog ruim voldoende van de middag over om het zwembad geruime tijd een bezoek te brengen. Daarna weer eten in het dorpje boven.

Wilde plannen voor morgen en overmorgen: een tweedaagse tocht met overnachting elders, zodat we iets meer van de rest van het eiland kunnen zien. De laptop blijft hier, dus de blog komt even stil te liggen. Vandaar er even aan getrokken om nu, voor het eerst deze vakantie, helemaal bij de tijd te zijn.