Wednesday, 29 July 2015

28 juli: Eureka!

Graftombe van Archimedes, misschien
De titel van deze blog was onvermijdelijk gezien onze bestemming vandaag: Syracuse, een stuk zuidelijker gelegen aan hetzelfde stuk kust. Terug naar Catania en dan nog een keer net zover. Vooral bekend (althans bij mij) als de woonplaats van de wis- en natuurkundige Archimedes, hij van de wet en het naaktlopen, zo'n drie eeuwen voor Christus. Jammerlijk om het leven gebracht door wat onoplettende, niet in wiskunde geïnteresseerde soldaten, hoewel ze nu juist opdracht hadden hem in leven te laten. Zijn naar verluidt laatste woorden, "laat mijn cirkels met rust" zijn van al net zo twijfelachtige historische waarde als het "ook gij, Brutus" van Julius Ceasar een paar eeuwen later - maar wat doet het ertoe, liever een goed verhaal dan droge feiten.

We vertrokken enigszins tijdig, na gisteren gezien te hebben dat dat goed is voor de drukte. De toegang tot de stad werd nog wel bemoeilijkt door een uit het niets opdoemende file, oorzaak onbekend; maar relatief probleemloos bereikten we onze eerste bestemming, het Parco Archeologico met weer een Grieks amfitheater, dit het grootste van Europa (zegt men), Griekenland zelf niet uitgesloten. Nou, dat mag wel wezen, maar blasé als wij zijn vonden we het niet zeer indrukwekkend: dat van "ons" Taormina ligt mooier, en puur op basis van aantal stoelen zijn die van Pergamon en Efeze in Turkije toch aanzienlijk groter. Met dank overigens ook aan de Spanjaarden (zie mijn opmerking gisteren over bezetters van Sicilië) die het amfitheater hebben gebruikt als steengroeve voor hun paleizen op het eilandje Ortigia, dat in het begin (5 eeuwen voor Christus) en later weer (late middeleeuwen) alles was waaruit Syracuse bestond.

Amfitheater Syracuse: hot, hot, hot!
Het Parco Archeologico bestond verder uit een Romeins amfitheater, gesloten vanwege renovatie, en de tombe van Archimedes. Daarheen voerde een kronkelpad dat ook nog langs een Romeins badhuis en enkele niet nader verklaarde kerkachtige bouwselen voerde, en ons zeer plotseling weer uitliet op een geasfalteerde straat, zonder dat we de bedoelde tombe ook daadwerkelijk gezien hadden. Navraag leerde dat deze het middelpunt vormde van een verder met hekken omgeven gebied met eerbiedwaardig puin, direct bij de uitgang van het Parco. Een béétje meer publieksvriendelijkheid zou hier niet misstaan... hoeft niet meteen Disney te zijn, maar gewoon dat je weet waar je naar kijkt.

Domplein Origia (Syracuse)
Onze volgende stop was datzelfde eiland Ortigia. Opnieuw een duik in het verkeer, gevolgd door eerst een koffie; daarna dwalen door de straten vol monumentale gebouwen. Hoogtepunt: het plein met de Dom. Het puilde niet bepaald uit van de touristen. De weinigen die er waren werden door een accordeoniste ontvangen met de hier alomtegenwoordige Godfather-themamuziek. Niet duidelijk of hier erg veel mensen wonen; in de gids staat dat het allemaal erg vervallen is geweest en pas toen het onder de auspiciën van de UNESCO World Heritage kwam langzaam weer gerestaureerd is.

Onderweg zagen we een poster voor een Leonardi-da-Vinci-museum met een zaal gewijd aan Archimedes, waar ze vanaf de tekeningen en beschrijvingen van beide grootheden mechanieken en principes hadden nagebouwd. Dat was nog wel een leuke zijsprong: iedereen heeft denk ik wel eens een tekening van die drakenvleugels gezien, maar hoe zagen die er nou écht uit? Het was allemaal keurig van hout op schaal nagebouwd, sommige modellen interactief. Eens temeer bleek de veelzijdigheid van L.d.V., en hoewel Archimedes nooit schepen met spiegels in brand heeft gestoken (zoals onze reisgids niettemin klakkeloos vermeldt) had ook hij een onvoorstelbaar groot denkraam. ("Geef me een hefboom en ik zal de wereld bewegen".) Helaas geen badkuip-met-kroon.

Volgende halte: Noto. Noto van gehoord? Was voor mij ook een onbekende, maar voor cognoscenti van barok-architectuur moet dit klinken als een klok. We moeten dan terug naar 1693: een verwoestende aardbeving legt het zuidoosten van Sicilië plat. L'Aquila 1999 moet er niets bij geweest zijn. Maar in plaats van in zak en as te gaan zitten nam men in diverste plaatsen de kans te baat om nu eindelijk de zaak eens rationeel en rechtlijnig te herbouwen. (Ik heb laatst gelezen dat men dat ook in London wilde doen na de brand van 1666, maar er was teveel blijven staan om dat echt rigoureus door te voeren.) Aldus Noto: één stijl, één bouwmateriaal, rechte hoeken alom. Eén lange rechte straat voor de adel, één voor de kerken en het bestuur, één voor het klootjesvolk. Dat soort logica.

Goed, we zijn er geweest, we hebben het gezien, het was er warm. Gelukkig hadden ze er prima ijs. Het bouwmateriaal deed uiterlijk sterk denken aan zandsculpturen: precies diezelfde kleur, op de een of andere manier dezelfde consistentie. Verder spatte de bijzonderheid er voor ons niet vanaf, cultuurbarbaren die we ergens toch wel zijn.

Voetbalveld van Taormina
Bij het verlaten van de parkeerplaats klonk er een akelig schurend geluid bij het linkervoorwiel. Smal straatje, over het hoofd gezien dat er een hoge stoeprand langs liep. Bij controle naderhand bleek dat de wieldop er niet onbekrast is afgekomen. Dat wordt nog interessant bij het inleveren. Nu wel blij dat we het eigen risico afgekocht hebben.

Tijdens de thuisrit zagen we een hele reeks brandjes aan alle kanten, ook vloog er een blushelikopter over. Kennelijk een regelmatig terugkerend fenomeen in zomers Sicilië. Alsof het niet al warm genoeg is.

Terug in Taormina aten we ter afsluiting een pizzaatje met uitzicht op het lokale voetbalveld, dat als een Mordillo-tekening voor de helft op pijlers is gebouwd - waar haal je anders zoveel vierkante meters vlak terrein vandaan - en waar het idioot smalle weggetje naar Terra Rossa zich omheen kronkelt. De kabelbaan gaat er ook nog eens recht overheen, om het kwartier vier witte en vier rode eitjes. Het is woekeren met de ruimte hier, maar de derde dimensie wordt vol ingezet.

No comments:

Post a Comment