 |
| Gangi: Stadje als een uit de kluiten gewassen molshoop |
Vandaag het begin van een tweedaagde tocht naar een andere kant van het eiland: Cefalù, middenaan de noordkust, dat strijdt met Taormina om de titel "meest toeristische bestemming van Sicilië". Dit keer alle snel- en tolwegen vermijdend: we nemen de SS (Strada Statale) 120 en 286, via Fiumifreddi en Castelbuono, met daar tussenin zoveel mogelijk bezienswaardige dorpjes en steden. Af te leggen afstand 198 km (121 zoals de Nazgûl vliegt), kale reistijd 4 uur en 50 minuten; dat zal ons leren.
 |
| Markt! |
Van de beslissing om uit de buurt van snelwegen te blijven kregen we al spijt, aangezien tot Fiumifreddo de weg langs de kust liep; onze ervaring gisteren had ons kunnen leren dat die rond een uur of 10 zeer druk bezet is door strandgangers (badgasten, in Terschellingse termen). Soms moet je je meer den één keer stoten om een les goed te leren. Daarna ging het gelukkig landinwaarts, en werd het allengs rustiger, en daarna heel rustig.
Met die rust was het gedaan in onze eerste halte, het plaatsje Randazzo. Hier bleek een zeer grote levendige markt aan de gang te zijn. Onze Noordeuropese intuïtie volgend dat een marktplein hetzelfde is als een kerkplein, en in de wetenschap dat Randazzo ons drie kerken te bieden had, van repectievelijk de Latijnse, Griekse en Lombardijse bevolkingsgroepen, zetten we de auto vlak daarbij neer en gingen op ontdekkingstocht.
 |
| Oregano voordat het in een potje zit |
De markt bood vooral heel veel kledingrekken, maar op het punt van monumentale kerken waren we niet warm (behalve dan in zoverre dat we hiet altijd warm zijn). Even vergeten dat commercie en religie hier minder, of anders, vermengd zijn dan bie oos. Maar zo groot was Randazzo niet dan dat we op loopafstand in ieder geval de Santa Maria (Latijns, 15e-eeuws) en San Nicola (Grieks, 14e-euws) aantroffen. Opgetrokken door het hier rijkelijk voorhanden bouwmateriaal van lavasteen, en dus zwart. Verder onderscheid laten we aan de experts over. In beide kerken was een dienst gaande.
 |
| De zwarte Sante Maria (Latijns) |
Bij de auto teruggekomen bleek dat we een foutje gemaakt hadden. Die ronde blauwe borden met rode rand en rood kruis betekenen ook hier "verboden te stoppen". Dat er van de kant waar wij vandaan kwamen niet zo'n bord stond is in zo'n geval geen excuus, en ook niet dat we voor een aantal andere auto's waren gaan staan die dus net zo fout geparkeerd waren. Het briefje onder de ruitenwisser was geel, en vermeldde een boete van 28,50. Daar hoeven we weliswaar niet van wakker te liggen; een grotere vraag is hoe we hier eigenlijk aan moeten voldoen? De natuurlijke neiging van elke rechtgeaarde toerist is om dit soort dingen te verscheuren, maar aangezien het kenteken van onze huurauto luid en duidelijk vermeld stond, was dat in dit geval geen redelijke optie. Voor nu maar even dit probleem terzijde geschoven (geparkeerd, inderdaad) en gemaakt dat we dit ongastvrije dorpje met zijn vervelende markt en lelijke kerken snel uit waren.
We lieten nu Etna definitief achter ons en kwamen in een ander type landschap, met heuvels van Toscaanse proporties. In een ander jaargetijde, pak 'm beet het voorjaar, zal het een totaal andere indruk geven dan nu, en zou het woord "lieflijk" misschien van toepassing zijn. Nu waren het geel- en bruintinten die overheersten, zover het oog strekte; alleen de (uitgedroogde) rivierbeddingen waren gemarkeerd door een lint groene bosschage. Had wel zijn eigen charme, alsof je in een impressionistisch schilderij rijdt. Van bebouwing of verder verkeer geen sprake, maar de weg kronkelde en slingerde er doorheen dat het een lieve lust had.

Als wegenbouw mijn specialisme zou zijn, zou ik uit de rit van vandaag gemakkelijk een college kunnen vullen over Hoe Het Niet Moet. Achter elke bocht lag weer een nieuwe verrassing op ons te wachten: zou het een eenvoudige kuil zijn, een complexere verzakking, een gat of misschien een aardverschuiving? Het complete verkeersbordenarsenaal kwam eraan te pas om de verschillende defecten weer te geven, zonder overigens enige zichtbare correlatie met de toestand van de weg of de ernst van het gebrek. De pas gerepareerde stukken weg waren nog het ergste, omdat die meestal de grootste problemen verbloemden, als een verse zwarte pleister op een botbreuk. Een vriendelijke uitleg is dat de langs de hele route aangeraden sneeuwkettingen (sic) debet zijn aan de toestand van de weg; een minder vriendelijke dat het geld bedoeld voor een deugdelijke ondergrond een andere bestemming heeft gevonden.
 |
| Een gewaarschuwd man... |
Zo vermaakten we ons tot het eerstvolgende plaatsje, Troina. In ons reisgidsje, dat helaas meer informatie geeft over water-, vooeder- en slaapplaatsen dan over bezienswaardigheden en achtergronden, stond dit net zomin vermeld als Randazzo, maar het alwetende internet vertelde ons dat dit strijdtoneel is geweest in de tweede wereldoorlog. Nu eens twintigste-eeuwse geschiedenis! De grootste slag op Sicilië heeft in Troina plaatsgevonden, in 1943. Naief dacht ik nog dat dit zou betekenen dat we het plaatsje in een vallei moesten zoeken, maar dat was gebaseerd op mijn idee van een middeleeuwse veldslag: vuurkracht, reikwijdte en de helling die een tank oprijdt zonder met z'n ogen te knipperen maken juist toppunten favoriet.
 |
| Troina, 72 jaar na dato |
Ons citroentje trekt dergelijke hellingen niet, dus plantten we hem halverwege. Op een plek die we tot 17:00 mochten bezetten, want daarna moest er plaats gemaakt worden voor een herdenking van precies die verldslag, die kennelijk op de kop af 72 jaar geleden was. Nou, tegen die tijd hebben wij ons allan
g teruggetrokken. Vijftig meter hoger troffen we een expositie van oorlogsfotograaf Robert Capa aan (het alwetende internet kwam weer te hulp); de geëxposeerde foto's lieten dezelfde kerk en hetzelfde magnifieke uitzicht zien dat wij even later ook zagen en genoten, maar dan in zwart-wit, met soldaten in de voorgrond en gaten in de gebouwen. Enkele Italiaanse soldaten werden krijgsgevangen genomen, maar ze leken er niet erg onder gebukt te gaan. Wanneer gaf Italië er eigenlijk de brui aan? (Alwetend internet: 17 augustus 1943 - twee weken na de Slag bij Troina.) Op kerk, plein (met opgebouwd podium) en expositie na, waar tenminste een handjevol toeristen te vinden waren, leek heel Troina overigens uitgestorven. Waar is iedereen?
 |
| Geen luchtspiegeling |
Verder maar weer. Een water- en voederplaats zou nu niet gek zijn. Een aantal gele heuvels verderop Nicosia (de Siciliaanse naamgenoot van de hoofdstad van Cyprus): te levenloos om een poging te doen. Heuveltje op, heuveltje af. Verderop een flinke struikbrand (veldbrand? heidebrand?), waar de weg ons gelukkig bij nader inzien verre van hield. Daarna Gangi: een vrijstaande heuvel waar de weg zich als een kurkentrekker langs omhoog wond. Op het strand bouwde ik vroeger ballenbanen, zandhopen van een meter hoog en meer met sleuven waarin precies een plastic jeu-des-boules-bal naar beneden kon rollen. Wij waren de jeu-des-boules-bal en rolden naar boven. Helemaal bovenaan stapten we uit bij Gangi's adembenemende kerk en uitzicht, ondergingen de gebruikelijke temperatuurschok en liepen door de volkomen lege steegjes over de lengteas van de heuvel, op zoek naar een plek waar de inwendige mens aan zijn trekken zou kunnen komen. En ja: als een soort fata morgana diende zich een terrasje aan. Toen we dichterbij kwamen was het er nog steeds; en niet alleen dat, men serveerde er zelfs eten. Ook zonder menukaart en zonder woord Engels slaagden we erin een lasagna te bemachtigen. Pas bij de koffie ging het verkeerd: Elise's standaard "cafe americano con latte separate" werd hoegenaamd niet begrepen en resulteerde in een grote beker melk met paar zakjes oploskoffie.
 |
| Cafe americano con latte separate |
No comments:
Post a Comment