 |
| Vrouwelijke sportmode in de 4e eeuw na Christus |
Voordat ik aan de trip van vandaag begin nog even een kort verslag van gisteravond: na het avondeten zijn we op zoek gegaan naar het park waar het Wine Hot Jazz Sextet zijn optreden zou geven, volgens posters die wij tijdens het uithijgen van de trappen langs onze route van Terra Rossa naar boven uitgebreid konden bestuderen; dit bevestigd door het alwetende Internet. Het park bleek een tuin de zijn, de tuin van Hotel Excelsior. Hotel Excelsior ligt precies aan het andere uiteinde van de voornaamste flaneerstraat van Taormina.
Er dromden geen mensanmassa's bij de ingang van de tuin. Terwijl wij de trappetjes afdaalden en door een soort Alhambra onze weg zochten, begonnen van verre zoeigevooisde klanken van een aantal kundige jazzblazers ons tegemoet te waaien. Hier en daar zaten sporadisch aan een tafeltje tussen het geboomte of op een bankje aan de kriskrassende paadjes een paar mensen een kaartje te leggen of op zachte toon te converseren. Het maakte allemaal een zeer voorname indruk, en groot! Waar verder elk restaurant en hotel in T. woekert met de vierkante meters, en het liefst de tafels op elkaar zou zetten, heeft Hotel Excelsior alle ruimte. In de tuin heerste een toverachtige sfeer.
 |
| Lange keramische trap |
Een paar honderd meter en honderd traptreden verder zagen we voor ons het zwembad, waarachter de band geposteerd was en waarvóór een paar rijen stoelen met luisteraars stonden opgesteld. We zijn even blijven staan luisteren: moderne jazz, uitstekende muzikanten maar niet helemaal mijn smaak en helemaal niet die van Elise. In combinatie met het feit dat we lichtelijk geïntimideerd waren door de ambiance, en (wat lager bij de grond) de 15 euro toegang toch wel een verblijf van een uur of zo met zich mee moest brengen (om het geld eruit te halen, juist ja) lieten we het bij deze sfeerimpressie en aanvaardden we de lange voettocht huiswaarts. Achter ons barstte de tenorsax in een wilde solo uit, maar het mocht niet meer baten.
Nadat het weer avond was geweest en nacht geweest, braken we routineus op voor een nieuwe tweedaagse trip. Een voorspoedige reis verder vonden we al snel een legale parkeerplaats, hopelijk niet al te ver van het centrum van Caltagirone, de keramiekhoofdstad van Sicilië. Van daaruit een weg omhoog gebaand kwamen we uit bij een lange, lange trap waaraan elk zichzelf respecterend keramiekwinkeltje een vestiging heeft. Van de trap zelf was de voorkant van elke trede versierd met keramiek. Dat maakte de treden wel hoger dan voor normale benen geschikt, dus het kwam goed uit dat er om de twintig treden links of rechts een winkel zijn gastvrije deur geopend had. Onze route over de trap zou er in een projectie op het platte vlak dan ook uitzien als een traditionele zigzagcurve.
 |
| Het bewijs: Allemaal handwerk |
In een aantal van de winkels waren schilders bezig met het opbrengen van kleur op al gebakken vormen, ten bewijze dat het allemaal handwerk was dat we zagen. Er was een keur aan schilderstijlen en kleurstellingen uit de zestiende, zeventiende of latere eeuwen, allemaal zo fris alsof het dit jaar nog geschilderd was. Het eigenlijke bakwerk gebeurt vast en zeker elders, en anders dan de beschildering is dat vast en zeker geen handwerk: we zagen vrijwel overal dezelfde vormen terugkomen. Ergens had ik wel het idee een mooie grote pot te kopen (en deze dan te laten opsturen). Die waren er zeker, maar helaas niet mooi genoeg om het hart het hoofd te doen vergeten. We hebben ooit in Venetië een reproductie van Dali gekocht en laten opsturen, die prijkt nu nog in onze huiskamer; maar een Caltagireense beschilderde pot zal daar niet bij komen.
 |
| Non-keramisch Caltagirone |
Je vraagt je sowieso af of er wel brood zit in de toeristenindustrie hier. Net als in de meeste door ons bezochte plaatsen was het in Caltagirone bepaald niet druk. De busladingen Aziaten die niets liever zouden doen dan hier de winkels leegkopen hebben de weg nog niet gevonden. Met ons bestegen niet meer dan vijfentwintig, nou vooruit vijftig, andere potentiële kopers de lange trap. Dat is niet meer dan één, nou vooruit twee, per winkel op deze hete zomerdag. Kan je daarvan leven?
Anyway, SEP (Somebody Else's Problem). Ons probleem was de weg naar Piazza Armerina te vinden, in de omgeving waarvan zich één van de meest beroemde opgravingen van Sicilië bevindt, de Villa Romana. Beroemd genoeg om een fatsoenlijke parkeerplaats te hebben, inclusief vijfentwintig stalletjes met eten, drinken, toiletten en souvenirs die strategisch pal voor de onopvallende kaartjeskiosk waren opgesteld. Dat hadden we totnutoe alleen bij het amfitheter in Syracuse gezien.
 |
| Welkom in de Villa Romana |
Lezer, als u ooit Sicilië aandoet, laat Syracuse voor wat het is en spoed u direct naar de Villa Romana! Daar zie je op mozaïekgebied wat je nergens anders ter wereld te zien krijgt. Duizend vierkante meter gepriegel op kleine schaal met als resultaat honderden levendige voorstellingen uit pré-Christelijke tijd, dus heel wat boeiender dan het beperkte arsenaal heiligen waar kunstenaars na die tijd mee moesten werken. Ik heb zelf in ieder geval de Griekse (en Romeinse) mythologie altijd stukken interessanter gevonden dan de Christelijke. De Villa, vermoedelijk woonstee dan wel vakantiehuis van iemand van keizerlijk niveau of op z'n allerminst regent van Sicilië (men weet het niet) werd tot ons geluk in de achtste eeuw verwoest en bedekt door een aardverschuiving en is pas weer herontdekt in een periode waarin het conserveren van antiek erfgoed prioriteit had.
 |
| Jachttaferelen |
Om de mozaïekvloeren tegen weersomstandigheden te beschermen is er over de villarestanten een foeilelijk dak gebouwd, en om het tegen mensenvoeten te beschermen lopen de bezoekers hoog boven de grond, waardoor wij vast en zeker beter zicht op de voorstellingen hadden dan welke gast uit die tijd dan ook. Het zou trouwens zomaar kunnen dat al die jacht- en sportscènes destijds maar protserig en kitscherig gevonden werden, echt iets voor de nouveaux riches; wie zal het zeggen? Als iets maar oud genoeg is, is het vanzelf de moeite waard. Er zijn vast heel wat proefschriften over de mozaïekvloeren van de Villa Romana geschreven. Ik zie de titels voor me: "Een Nieuwe Hypothese over de Betekenis van de Griffioen in het Grote-Jachtmozaïek", of "Vrouwelijke Sportmode in de Vierde Eeuw". Goede onderwerpen in de cultuurhistorie zijn sowieso schaars dunkt me, er komt maar heel langzaam oudheid bij (net als aardolie).
Toen ik nog op een studentenflat woonde kwam er bij groot onderhoud van de keuken achter een kastje een oud krantenknipsel tevoorschijn, uit het begin van de jaren zeventig. Dat vonden we toen heel grappig, en toen het kastje weer werd opgehangen hebben we aan een spijkertje een floppy disk gehangen met het bewonersbestend tot dan toe - 1988 zal het geweest zijn. Uiteraard met de gedachte dat dat weer een bron van vermaak zou zijn bij de volgende renovatie. Of dat ooit gebeurt weet ik niet, het was een echte floppy floppy van 5 1/4 inch, en beschreven onder CP/M dat al kort daarna de markt uitgedrukt is door MS-DOS. Het zal heel wat moeite kosten om daar ooit nog informatie uit te halen. Dan is een krantenartikel toch een stuk beter tegen de tand des tijds bestand, laat staan een mozaïekvloer.

Nadat we onze ogen uitgekeken hadden ondernamen we een poging iets te zien te krijgen van het plaatsje Piazza Armerina zelf, met als belangrijk nevendoel iets te eten te krijgen. Dat was maar een beperkt succes, door een combinatie van de tijd van de dag en het feit dat het opeens flink begon te regenen. We zaten gelukkig op dat moment net droog onder de luifel van een cafetaria waar men ons van een broodje had voorzien. De sluizen van de hemel gingen kortstondig wijd open.
Tijd om ons te bekommeren om overnachting, zover mogelijk richting de plaats van bestemming van morgen: Agrigento, ik denk de derde stad van Sicilië, een honderd kilometer verder naar het westen. In een vage gedachte dat we misschien na afloop van de regen nog een strand zouden kunnen vinden kozen we voor Licata, een kleiner plaatsje iets minder verop. Het alwetende Internet bood ons daar een B&B voor de zeer schappelijke prijs van 52 euro.
 |
| Balkon compleet met was |
Ik kan het iedereen aanraden: kies de goedkoopste overnachtingsplek in een onbekend stadje en laat je verrassen. Onze B&B (overigens een zeer rekbaar begrip, waar ligt de scheidslijn met een "echt" hotel?) lag middenin een volkswijk met zeer nauwe straatjes, balkonnetjes aan weerszijden vanwaar je zo de hand van je overbuurman kon schudden en in ieder geval met groot gemak een waslijntje kon spannen, en cafeetjes waar groepjes mannen (uitsluitend mannen) intensief aan het kaarten waren. Met enige moeite vonden we een plekje voor de auto op acceptabele loopafstand en (met behulp van GPS) onze bestemming. Aldaar bleken we eerst een telefoontje te moeten plegen om een sleutel te bemachtigen. Het meisje dat tien minuten later verhit aankwam schreef onze namen in een agenda (over honderd jaar nog leesbaar, hoewel niet geschikt voor data mining) en nam ons door een hek mee naar een leuk binnenplaatsje, daar via een buitentrap naar een verrassend grote en aangename kamer, compleet met balkon met was. Ontbijt morgenochtend om 8:30 in het binnenplaatsje, of hadden we het liever op onze kamer? (Natuurlijk niet.)
 |
| Ontbijtbinnenplaats |
Afgezien van de volkse charme van de straatjes en de prima kamer was dit met afstand de lelijkste plaats waar we geweest zijn, maar een korte ontdekkingstocht leerde ons dat we helemaal niet zo ver verwijderd waren van een uitgaansbuurtje waar we 's avonds ook een prima restaurant vonden. Gegeven de normale avondetenstijden was het daarna ook al snel weer bedtijd.
No comments:
Post a Comment